Advies en Rechtshulp Pagina … ………………………….  Meester Willem     Europa

 

Europese Unie

 

  

#°     EMU

 

   

Europese monetaire unie

Bij de gedachte van één Europa hoorde ook economisch Europa, zonder belemmeringen van het handelsverkeer. De verschillende valuta, geldsoorten van landen, vormden een belemmering en ook eek risiko hierbij. De koersen konden veranderen en het geld werd onderling minder waard. Als een producent in een ander land een partij goederen had verkocht, kon de betaling de volgende minder waard zijn, of de andere partij moest meer betalen voor de partij. Ten tijde van de afloop van de tweede wereld oorlog werd in 1944 het akkoord van Bretton-Woods gesloten. Dit leidde tot de oprichting van het IMF, de Wereldbank, maar ook tot het weer instellen van de goudstandaard.

Het systeem van Bretton woods bestond er onder andere uit, dat de waarde van alle nationale valuta gekoppeld werd aan die van de dollar, en de dollar op zijn beurt gekoppeld werd aan het goud tegen een vaste waarde. Meteen werd de dollar de belangrijkste munt ter wereld. Eigenlijk was dat al zo, immers, de Amerikanen waren als aanvoerder van de geallieerden in 1944, de oorlog aan het winnen, en hadden bovendien bijna driekwart van voorraad goud in de wereld in handen

Het systeem was gebaseerd op vertrouwen in de Amerikaanse monetaire beleid en het werkte tot de Vietnam-oorlog. De VS had toen veel geld nodig en drukte dollars bij, er ontstond een dollar overschot, er waren meer dollars dan het goud dekte. Er ontstond een reaktie van allerlei landen, waaronder ook Nederland en Duitsland, die in 1971 hun vaste koers t.o.v. de dollar los lieten. Duitsland en Nederland waren in Europa de landen met de meest betrouwbare wisselkoers. Landen maakten een  hun dollarvoorraden om te zetten in goud, en de eens zo grote goudvoorraad in de Verenigde Staten kromp flink. Vooral de verkoop van drie miljard dollar die GB eind 1971 verkocht droeg daar flink aan bij.   Het systeem stortte in 1973 in en in maart 1973 moest de VS de goudstandaard loslaten. Landen gingen over tot een systeem waarbij de (belangrijke) wisselkoersen weer los van elkaar gingen zweven. De EGn probeerde in die periode te streven naar een toenemende onderlinge stabiliteit van de koersen. Reeds begin jaren zeventig startte men met de slang, waarbij de koersen van de landen van de slang in een bepaalde marge ten opzichte van elkaar mochten fluctueren. De koers kon bij te grote verschilleneventueel devalueren, of revalueren.  De meest stabiele munt was de Duitse mark samen met de Nederlandse gulden, die de hardste valuta in europa waren. De Bundesbank en de D-mark waren de machtigste monetaire begrippen in Europa. De slang ging over in de EMS( Europees Monetair Stelsel). De EMS werd in 1979 op Frans-Duits initiatief opgericht. De deelnemers spraken af om hun valuta binnen vaste bandbreedten ten opzichte van een spilkoers te laten fluctueren: 2,25 procent voor de meeste, sterke munten en 6 procent voor een paar zwakkere munten. Ook in de jaren zeventig werd al gefilosofeerd over een Europese munt en de naam ECU (knipoog naar de historische Franse munt?), deed  snel opgeld. Door steuninterventies (aankoop en verkoop van valuta) en het rente-instrument konden de Europese centrale banken de valuta op de gewenste koers houden.De bandbreedte werd in 1993 opgerekt naar 15 procent. Alleen Duitsland en Nederland hielden vast aan de afgesproken bandbreedte van 2,25 procent.  In feite viel de EMS uiteen. In de jaren er na stabiliseerde de situatie weer. In 1996 zaten alle EMS munten, ook de Lire die weer tot het stelsel was toegetreden en de Oostenrijkse en de Finse munt die in 1995 en 1996 waren toegetreden, weer binnen de marge van 2,25%.  De monetaire discipline leidde tot economische convergentie met lagere inflatie en minder grote rentevoetverschillen. Met het verdrag van Maastricht werd feitelijk besloten tot de EMU, de Europese monetaire unie en de invoering van een gemeenschappelijke munt en een centrale Europese bank.

In December 1998 werden de onderlinge wisselkoersen tussen de euro en de munteenheden van de op dat moment elf deelnemende landen definitief vastgelegd. Op 1 januari 1999 werd de euro een officieel feit. Officieel wordt de munteenheid aangeduid als European Curency Unit (ECU). De munt bestond echter op dat moment buiten beeld. Vanaf die datum waren de nationale bankbiljetten en munten van de landen die de euro hadden aanvaard nog slechts nationale verschijningsvormen van de euro. Op de effectenbeurs en giraal wordt de euro al sinds 2000 gebruikt. gebruikt. Griekenland werd op 1 januari 2001. De twaalf landen voerden op 1 januari 2002 de euro als wettig, nationaal betaalmiddel in.

Samen met de 12 EU-landen zijn ook de staatjes San Marino, Monaco, en Vaticaanstad, die een geldcontract met hun buurlanden Frankrijk en Italië hadden naar de euro overgestapt. Ze mogen (onder voorwaarden) een eigen nationale zijde invullen. Andorra had geen eigen munt en kreeg in
2002 dan ook geen eigen vorm van de Euro. In bepaalde overzeese gebiedsdelenvan Europese landen wordt de Euro ook gebruikt. In een land als Turkije wordt de euro als schaduw munt gebruikt naast de eigen munt. Buiten de EU zijn Kosovo en Montenegro, hoewel ze geen lid van de EU zijn, in 2002 overgegaan naar de euro. Zij gebruikten tot dat moment de D-Mark. Alle 27 EU-landen zijn verplicht om de euro in te voeren, met uitzondering van Denemarken en Groot-Brittannië die een uitzondering hebben bedongen..In IJsland gaan stemmen op de Euro in te voeren.
De  reden is dat de eigen munt te kwetsbaar is zonder aansluiting bij een muntunie. De waarde van de euro wordt bewaakt door de Europese Centrale Bank  in Frankfurt am Main.

Per 1 januari 2008 gebruiken Malta en Cyprus ook de Euro. Op Cyprus kent men een ‘Griekse’ versie en een Turkse versie omdat het eiland is opgedeeld in
twee delen. Het volgende land dat, de euro gaat invoeren is Slowakije, dat per in 1 januari 2008 de Euro voor het betalingsverkeer invoert.

    laatste update 3 juni 2008