Image6  Advies en Rechtshulp Pagina … …………………………..   Meester Willem         Europa

 

 Europese samenwerking

 

                                                                                                                 

 

Europa                                         kaart europa

 

Na de tweede wereldoorlog groeide het besef, dat het continent niet weer opnieuw een arena moest worden van elkaar bestrijdende landen of coalities van landen. Na de eerste wereldoorlog had men op mondiaal niveau in de Volkenbond geprobeerd om problemen tussen landen op te lossen. Helaas bleek de Volkenbond te uiteindelijk te zwak en bovendien waren in de jaren dertig een aantal belangrijke landen uit de bond gestapt. In de jaren na de tweede wereld oorlog richtten Europese staten organen op, die zich gingen bezig houden met Europa. Het was zaak om instellingen op te creëren, waar internationale kwesties door middel van overleg, in plaats van geweld zouden worden opgelost



Organisaties die na de Tweede Wereldoorlog werden opgericht waren;
De Raad van Europa,
De Europese Gemeenschap, thans Europese Unie (EU),
De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO),
De West-Europese Unie (WEU)
De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).

 
Elk van die instellingen had haar eigen specifieke doelstellingen. Al deze organisaties hebben hun deel bijgedragen aan de samenwerking tussen de landen van Europa en het kweken van onderling begrip voor de diverse problemen. Ook konden via deze organisaties niveaus worden overschreden waar dat wellicht bilateraal, tussen twee landen, minder eenvoudig was. Een speciale samenwerkingsvorm, de EKGS groeide uiteindelijk uit tot de E.G. en leidde uiteindelijk tot de vorming van de Europese Unie, waartoe steeds meer staten toetreden en welke mogelijk gaat leiden tot één verenigd Europa. Een aantal organisaties wordt hier belicht, aan de EU wordt een eigen hoofdstuk gewijd. Een groot verschil tussen de EU en andere organisaties is, dat de lidstaten van de EU een deel van hun soevereiniteit hebben overgedragen aan een orgaan, dat in hun naam beslissingen neemt, die voor de lidstaat bindend is.

 

 

Raad van Europa

Een van de instellingen die na de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) zijn opgericht, om ertoe bij te dragen, dat een dergelijk vernietigend conflict nooit meer zou voorkomen, is De Raad van Europa.

De Raad van Europa is opgericht om de democratie en de mensenrechten in geheel Europa te bevorderen. De Raad van Europa heeft veel meer lidstaten dan de EU, namelijk alle landen van Europa, inclusief Rusland, Turkije en de landen in de Kaukasus (Wit-Rusland en Vaticaanstad zijn geen lid).Een belangrijk doel van de Raad van Europa is het bevorderen van de eenheid tussen de lidstaten, in het bijzonder door het sluiten van onderlinge verdragen. De Raad van Europa is ook op andere terreinen actief. Veel aktiviteiten zijn gericht op versterking van democratische structuren en de rechtsstaat in Europa.  Daarnaast stimuleert de Raad van Europa de culturele diversiteit in Europa, bijvoorbeeld op het gebied van architectuur, televisie en filmproducties.

 

Nadat In 1948 een voorbereidend congres werd gehouden in Den Haag, werd op 5 mei 1949 in Londen door tien Europese landen, waaronder Nederland, de Raad van Europa opgericht.

Tegenwoordig is de Raad van Europa is een organisatie waarvan nu 46 Europese landen lid zijn. Daarnaast zijn er ook landen die de status van waarnemer hebben. Bij sommige verdragen die de Raad aanneemt, zoals het Europese Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, kunnen alleen door landen die lid zijn van de organisatie ondertekenen.  Er zijn ook verdragen die openstaan voor niet-lidstaten, zoals de Europese Culturele Conventie. Doormiddel van De raad van Europa zijn er meer dan 190 verdragen gesloten

De Raad van Europa bestaat uit een Comité van Ministers, dat de beslissingen neemt en een Parlementaire Assemblee die adviezen geeft. Het Comité van Ministers stelt aanbevelingen op over speciale onderwerpen, en om de wetten van de deelnemende landen zoveel mogelijk op één lijn te krijgen. Andere belangrijke organen van de Raad zijn het Secretariaat met aan het hoofd de Secretaris Generaal, het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, het Congres van Lokale en Regionale Overheden en de Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa.

De 46 lidstaten Lid van De Raad van Europa zijn; Albanië, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan, België, Bosnië-Herzegovina, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Georgië, Griekenland, Groot-Brittannië, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Macedonië (de Republiek), Malta, Moldavië, Monaco, Nederland, Noorwegen, Oekraïne, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Rusland, San Marino, Servië-Montenegro, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Turkije, IJsland, Zweden, Zwitserland. Er zijn ook landen met een waarnemerstatus bij het Comité van Ministers; Canada, Heilige Stoel (Vaticaanstad), Japan, Mexico en Verenigde Staten; en landen met een waarnemersstatus bij de Parlementaire Assemblee Canada, Israël en Mexico

De Raad van Europa bestaat uit:

• een beslissend orgaan: het Comité van Ministers
• een overlegorgaan: de Parlementaire Assemblee
• een spreekbuis voor lokale democratie: het Congres van Lokale en Regionale Overheden in Europa

Deze instanties worden bijgestaan door een Internationaal Secretariaat van zowat 1500 ambtenaren uit alle lidstaten. Aan het hoofd staat de Secretaris-generaal die voor een ambtstermijn van 5 jaar wordt verkozen door de Parlementaire Assemblee.

Comité van Ministers

Het hoogste beslissingsorgaan van de Raad is het Comité van Ministers is en dit ministers niveau een maal per jaar, komt tweemaal per jaar samen in een gewone vergadering, maar kan daarnaast ook speciale of informele vergaderingen beleggen.Het voorzitterschap wijzigt iedere 6 maanden in alfabetische orde van de lidstaten. Het comité komt doorgaans samen in Straatsburg. Dit Comité bestaat uit de ministers van Buitenlandse Zaken van de 46 lidstaten. Het Comité bespreekt actuele aspecten van de Europese samenwerking in brede zin. Het Comité beslist over alle zaken van interne organisatie. Het doet aanbevelingen aan regeringen of stelt Europese verdragen op die bindend zijn voor staten die deze bekrachtigen. De plaatsvervangers van de ministers (de Permanente Vertegenwoordigers) komen wekelijks bijeen. De Vice-ministers komen minstens een keer per maand samen. Zij stellen de agenda op voor de Raad van Europa en beheren het budget, dat vandaag zowat 1.300 miljoen Franse frank (7.800 miljoen Belgische frank) bedraagt. Zij beslissen ook welk gevolg moet gegeven worden aan voorstellen van de Parlementaire Assemblee, van het Congres van Lokale en Regionale Overheden en van de gespecialiseerde ministerconferenties die regelmatig worden georganiseerd binnen de Raad van Europa. De bijeenkomsten van het Comité van Ministers en ook van het Comité van Plaatsvervangers worden grotendeels voorbereid door commissies en stuurgroepen die zijn samengesteld uit experts, aangewezen door de lidstaten.

Parlementaire Assemblee

De Parlementaire Assemblee is een adviserend orgaan. Het is de 'denktank' van de Raad en bezit geen wetgevende rechten. De Assemblee bestaat uit leden van de nationale parlementen van de lidstaten en telt 306 zetels, waarvan er zeven voor Nederland zijn. Alle leden hebben zitting in de nationale parlementen van de lidstaten, zodat zij daar de ideeën die in de Raad van Europa worden geuit, kunnen uitdragen (en omgekeerd). De Assemblee komt ieder jaar vier maal in voltallige vergadering in Straatsburg bijeen en één keer, in de zomer, in één van de lidstaten. De samenstelling van iedere delegatie weerspiegelt deze van de parlementaire vertegenwoordiging in het land van herkomst. Zij legt aanbevelingen voor aan het Comité van Ministers. Tijdens die bijeenkomsten wordt gediscussieerd over alle denkbare zaken die van Europees belang zijn.  Hier komen de meest uiteenlopende sociale thema’s aan bod. De aanbevelingen van de Parlementaire Assemblee aan het Comité van Ministers lagen in het verleden reeds aan de basis van een groot aantal beslissingen van de Raad van Europa. Wanneer de Assemblee niet bijeen is, neemt een 'Permanent Comité' de lopende zaken waar. Dit comité komt minstens driemaal per jaar bijeen en kan namens de Parlementaire Assemblee adviezen uitbrengen en aanbevelingen doen aan het Comité van Ministers.

 

Secretaris-Generaal

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa staat aan het hoofd van het ambtelijk apparaat van de Organisatie, een secretariaat van ongeveer 1200 internationale ambtenaren. Sinds september 2004 wordt deze positie vervuld door de Brit Terry Davis. De Secretaris-Generaal wordt gekozen door de Parlementaire Assemblee voor een periode van vijf jaar.

Europees Hof voor de Rechten van de Mens  

Het europees hof is het rechtsorgaan van alle staten die lid zijn van de Raad van Europa. Bij het EHRM  kunnen Individuen, groepen, organisaties en landen een klacht indienen tegen een lidstaat van de Raad van Europa. Als het EHRM gevraagd wordt een zaak in behandeling, zal zij eerst toetsen, of een klacht voldoet aan de eisen, die het EHRM bevoegd maakt deze klacht  te behandelen.

A)    De indiener moet zelf het slachtoffer zijn van een schending van het  EVRM;

B)     De klacht mag niet gericht zijn tegen een andere burger of een particuliere    organisatie, maar moet gericht zijn tegen een publieke instantie of een overheid;

C)    Een klacht mag pas ingediend worden als er in het land waar de schending heeft plaatsgevonden geen rechtsmiddel meer ter beschikking is.

D)    De klacht moet binnen zes maanden na de definitieve (nadelige) beslissing in het eigen land worden ingediend.

Pas als aan deze voorwaarden is voldaan is, kan het Hof de klacht in behandeling nemen. Steelt het hof vast, dat de klacht gegrond lijkt, dan wordt door het Hof in eerste instantie naar een schikking gezocht. Indien het niet lukt om de klacht door middel van een schikking op te lossen, kan het hof de aangeklaagde lidstaat opleggen een schadeloosstelling te betalen.. Het Hof kan geen sancties opleggen aan de lidstaten van de Raad van Europa. Dat kan alleen de Raad van Ministers. Het hof bestaat momenteel uit 47 rechters. Het bestaande systeem van de beoordeling van klachten op twee niveaus, zijnde eerst bij de Europese Commissie en dan door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, is sinds enige tijd vervangen door één enkel Hof. Dit maakt de hele procedure sneller en efficiënter en verleent de indiener van de klacht rechtstreeks toegang tot het Hof. De uitspraken die het Hof doet zijn bindend en definitief. Geen van de partijen kan in beroep, alleen bij het presidium van het Hof zelf. Men noemt dit de grote kamer. Een lidstaat die in het ongelijk wordt gesteld, is verplicht alles te doen om te voorkomen dat de geconstateerde schending in de toekomst nog eens voorkomt. Het toezicht op de tenuitvoerlegging van de arresten van het Hof waarin een schending is vastgesteld, behoort tot de taken van het Comité van Ministers.  Het EHRM hanteert voor haar uitspraken het EVRM, het  europees verdrag voor de rechten van de mens.

Verdragen en mensenrechten.

De bescherming van de rechten van de mens is een van de kerndoelstellingen van de Raad van Europa. Daarom zijn de Europese landen die lid zijn gekomen tot een aantal belangrijke verdragen Een aantal van die belangrijke verdragen op dit gebied zijn het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens, het Europees Verdrag ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing en het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden.


 
Het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens
Het heeft als doelstelling het beschermen van de fundamentele rechten en vrijheden van ieder mens. Dit is het belangrijkste wapenfeit van de Raad van Europa. Het werd in 1950 aangenomen en in  werd 1953 van kracht. De staten die het Verdrag hebben ondertekend, zijn verplicht de rechten en vrijheden die in het Verdrag vermeld staan, te waarborgen voor iedereen die onder hun rechtsmacht valt. Deze rechten en vrijheden omvatten onder andere het recht op leven, op bescherming tegen foltering en onmenselijke behandeling, op vrijheid en veiligheid, op een eerlijk proces, op privacy en respect voor het gezinsleven en correspondentie, vrijheid van meningsuiting (met inbegrip van persvrijheid), gedachte, geweten en godsdienst. Door middel van protocollen zijn andere rechten aan het Verdrag toegevoegd, zoals de afschaffing van de doodstraf (het Zesde Protocol).

DeCommissarisvoorderechtenvandemens
De post van Commissaris voor de rechten van de mens is in 1999 ingesteld. De Commissaris is verantwoordelijk voor het bevorderen van onderwijs op mensenrechtengebied, van het bewustzijn van en de eerbied voor de rechten van de mens in lidstaten en hij ziet toe op volledige naleving van de teksten
van de Raad van Europa. De Commissaris heeft een ondersteunende en hoofdzakelijk preventieve rol maar geen juridische bevoegdheden.

De Europese Culturele Conventie
De conventie vormt de basis voor intergouvernementele samenwerking tussen landen op het vlak van onderwijs, cultuur, het Europees erfgoed, sport en jeugdzaken.


HetEuropeesSociaalHandvest
In het Europees Sociaal Handvest uit 1961 zijn rechten en vrijheden vastgelegd en het systeem van toezicht dat waarborgt dat de staten die partij zijn deze naleven. Het Handvest geldt voor alle Europese burgers en de rechten betreffen alle aspecten van het dagelijks leven, zoals huisvesting, gezondheid, onderwijs, werkgelegenheid, sociale bescherming, reizen en non-discriminatie. Het Europees Sociaal Handvest leidde tot een aantal wettelijke hervormingen op het vlak van het gezinsleven, de bescherming van jonge arbeiders, de rechten van vakbonden en de sociale zekerheid. Het omvat 23 fundamentele rechten.

HetEuropeesVerdragtervoorkomingvanfoltering
Het Europees Verdrag ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing trad in 1989 in werking. Met dit Verdrag wordt de bescherming ingevolge het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens uitgebreid door de instelling van een Europees Comité inzake de voorkoming van foltering (CPT). De Conventie voor de Bescherming tegen Foltering verleent aan een onafhankelijke commissie de bevoegdheid om onaangekondigde bezoeken te brengen aan detentiecentra in heel Europa. Het Comité inzake de voorkoming van foltering bezoekt penitentiaire inrichtingen om te controleren hoe gedetineerden worden behandeld. Het Comité wil er met name voor zorgen dat gedetineerden beter beschermd worden tegen foltering en onmenselijke of vernederende behandeling, en is er niet op uit staten aan de schandpaal te nagelen. Na elk bezoek stelt het CPT een verslag op met zijn bevindingen en aanbevelingen en stuurt ditnaardebetrokkenstaat.
 Ministerie van Buitenlandse Zaken Bezuidenhoutseweg 67 Postbus 20061

De bescherming van nationale minderheden

De Raad van Europa nam in 1994 het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden aan. De verdragsluitende partijen verplichten zich de doelstellingen van het Verdrag na te streven door middel van wetgeving en beleid op nationaal niveau. Hierbij moet gedacht worden aan gelijkheid voor de wet, behoud en ontwikkeling van culturen, bescherming van identiteit, godsdienst, minderheidstalen en tradities. Europese staten die zich willen committeren aan de bescherming van streektalen of talen van minderheden kunnen het desbetreffende Europees Handvest uit 1992 ondertekenen.

Strijdtegenracismeenintolerantie
De Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) werd in 1993 opgericht. De ECRI is een onafhankelijk controleorgaan, dat tot taak heeft racisme, vreemdelingenhaat, antisemitisme en intolerantie te bestrijden in alle lidstaten van de Raad van Europa vanuit het perspectief van de bescherming van de mensenrechten. Haar werkterrein beslaat alle maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bestrijding van geweld, discriminatie en vooroordelen waarmee personen of groepen personen worden geconfronteerd op basis van ras, huidskleur, taal, godsdienst, nationaliteit en nationale of etnische herkomst.

Afstemmingvandeorganisaties.
Omdat verschillende instellingen naast de Raad van Europa (met name EU en OVSE) zich buigen over de kwaliteit van de mensenrechten, de rechtsstaat en de democratie, is onderlinge afstemming een belangrijke vereiste. Om deze afstemming te bevorderen, wordt de Raad betrokken bij bijeenkomsten van de OVSE voor zover deze gewijd zijn aan de zogenaamde menselijke dimensie en vindt in het kader van de EU periodiek overleg plaats over de Raad en de OVSE.

De Raad van Europa

1948: Voorbereidend congres in Den Haag
1949: Oprichting in Londen
1950: Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM)
1954: Europees Cultureel Verdrag
1956: Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa (voorheen Europees Sociaal Ontwikkelingsfonds)
1961: Europees Sociaal Handvest
1989: Europees Verdrag ter Voorkoming van Folteringen en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing
1998: Kaderverdrag voor de Bescherming van Nationale Minderheden

 

 

 

OVSE

Organisatievoorvredeenveiligheid
Al sinds 1950 werden er gesprekken over de veiligheid in Europa. De Sovjet-Unie zag graag dat het Westen de naoorlogse grenzen in Europa erkende en leefde al in de jaren vijftig met het idee van een Europese veiligheidsconferentie. De koude oorlog bleek echter steeds een obstakel. Aan het einde van de jaren zestig streefden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie en hun bondgenoten naar meer ontspanning. De Sovjet-Unie bleef streven naar een bevestiging van de grenzen, het Westen legde de nadruk op dialoog en wilde de aandacht vestigen op de mensenrechten in de Warschaupactlanden.

De OVSE begon in 1973 als de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa de CVSE. De  gespreken begonnen in november 1972 in Helsinki.
De aanbevelingen van deze gesprekken, "The Blue Book", vormden de grondvesten voor een conferentie met drie fasen in Helsinki. op 3 juli 1973, startte de eerste fase waarbij 35 landen vertegenwoordigers zonden. Op de CVSE-bijeenkomsten werd over drie onderwerpen onderhandeld, die 'de drie manden' werden genoemd· Veiligheidsbeleid en mensenrechten  Samenwerking op het gebied van economie, wetenschap en milieu Samenwerking op humanitair en ander gebied.

Vanaf 18 september 1973 tot 21juli 1975, werd de tweede fase, de uitwerking, gehouden in Genève. Deze resulteerde de Helsinki akkoorden, die door de 35 deelnemende landen werden ondertekend gedurende de derde fase, die plaatsvond van 30 juli tot 1 augustus 1975. Op de slotakte van Helsinki, die op 1 juli 1975 werd aangenomen besloten alle deelnemers plechtig tot het eerbiedigen van tien beginselen voor het gedrag van staten onderling en het gedrag van staten ten opzichtevanhunburgers:

· Soevereine gelijkheid en eerbiediging van de rechten die eigen zijn aan de soevereiniteit
· Geen dreiging met en gebruik van geweld
· Onschendbaarheid van de grenzen
· Territoriale integriteit van de staten
· Vreedzame regeling van geschillen
· Geen inmenging in binnenlandse aangelegenheden
· Eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
· Gelijkheid van rechten en zelfbeschikkingsrecht van de volken
· Samenwerking tussen de staten
· Het te goeder trouw nakomen van verplichtingen krachtens het internationale recht

Daarna werden er Helsinki werd ook besloten geregeld vervolgbijeenkomsten te houden, zodat de CVSE een semi-permanent karakter kreeg. Vervolgbijeenkomsten met als doel om de relaties te verbeteren en de akkoorden te implementeren werden gehouden in Belgrado 1978, Madrid 198o tot 1983 en in Wenen 1986 tot 1989.Tijdens deze bijeenkomsten bespraken de deelnemers de naleving en uitvoering van de Slotakte. De westelijke landen zetten zich hierbij vooral in voor de mensenrechten en de menselijke contacten. Diverse onderwerpen, waaronder mensenrechten, nationale minderheden en cultuur, waren ook onderwerp van speciale expertbijeenkomsten. Voorts vond een speciale bijeenkomst (Stockholm 1984-1986) plaats over militaire aspecten. In 1989 raakte de CVSE door de instorting van het communisme in een stroomversnelling. Omdat de CVSE een kader bood voor dialoog die de scheidslijn tussen Oost en West overbrugde, kon zij als eerste de nieuwe politieke toestand vastleggen. Het charter voor een nieuw europa, markeerde de start van deze veranderingen. In het Handvest van Parijs van 1990 bezegelden de landen van de CVSE het einde van de Koude Oorlog. Het Handvest erkende democratie als de grondslag voor het bestuur van een staat. Alle deelnemers erkenden de onmisbaarheid van democratie, economische vrijheid, sociale rechtvaardigheid en het recht op veiligheid. In Parijs werd een begin gemaakt met de institutionalisering van de CVSE. Zo werd besloten tot de instelling van een secretariaat en een speciaal bureau voor vrije verkiezingen, het Office for Free Elections (OFE), nu het Office for Democratic Institutions and Human Rights (ODIHR).

 

Geeneigenverdrag
De CVSE was niet op een verdrag gebaseerd: het was een politieke organisatie waarin de afspraken tussen landen niet juridisch maar wel politiek bindend zijn. In 1991 werd in het Document van Moskou vastgelegd dat verplichtingen op het gebied van mensenrechten van rechtstreeks belang zijn voor alle deelnemers en niet uitsluitend tot het terrein van de 'binnenlandse aangelegenheden' behoren.

vervolgakkoorden
De institutionalisering kreeg verder vorm op de Helsinki-vervolgbijeenkomst in 1992. Hier bespraken de CVSE-landen het plan om van de CVSE een internationale organisatie te maken, met eigen middelen voor conflictvoorkoming en crisisbeheersing. 'Helsinki' besloot op Nederlands initiatief tot de instelling van de Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden. Ook nam deze vergadering het voorstel aan voor een CVSE-forum voor Veiligheidssamenwerking. Dit forum overlegt bijvoorbeeld over wapenbeheersing en probeert meer openheid over defensieplanning te bewerkstelligen.

CVSE  wordt  OVSE
In december 1994 kwamen in Boedapest de politieke leiders van de 55 CVSE-landen bijeen voor hun tweejaarlijkse ontmoeting. Op 1 januari 1995 werd in Boedapest de CVSE herdoopt in OVSE, om zodoende de permanente status van de organisatie te onderstrepen. Dat betekende meer dan alleen een naamsverandering. De CVSE was tijdens de Koude Oorlog bedoeld als een ontmoetingsplaats voor de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en hun bondgenoten. De OVSE is meer dan dat, namelijk een permanente organisatie die eigen taken heeft op het gebied van vrede en veiligheid. Het gaat hierbij niet alleen om het vroegtijdig signaleren en voorkomen van crises, crisisbeheersing maar ook om de wederopbouw van een samenleving ná een crisis. De OVSE stuurt verder waarnemers naar verkiezingen, om daar het verloop van te controleren. De OVSE is nu met 55 landen de grootste Europese veiligheidsorganisatie. Het OVSE-gebied strekt zich uit van Vancouver tot Vladivostok: de Verenigde Staten, Canada en Europa horen erbij, maar ook alle delen van de voormalige Sovjet-Unie. De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa is de enige Europese veiligheidsorganisatie waarvan de Russische Federatie volledig lid is.

 

 

Navo

Het doel van het navo-verdrag is wederzijdse verdediging en samenwerking van de legers van de westerse landen. Aanvankelijk was dat vooral tegen de dreiging van de Sovjet-Unie, tegen het in 1955 opgerichte Warchaupact. De kern van het verdrag staat in artikel 5, dat stelt dat in geval van een aanval op een van de staten, deze door de andere zal worden opgevat als een aanval op allemaal en alle landen zullen meehelpen (samenwerken) om de aanvaller af te weren.

De oprichting van de Navo vindt plaats in de periode na de tweede wereld oorlog. Europa is dan verdeeld in twee delen. West-Europa en een deel onder de Russische invloedsfeer. Op de conferentie van Jalta is besloten dat Duitsland in vier zones werd verdeeld namelijk in een Russische, Engelse, Franse en Amerikaanse zone. Berlijn ligt in de Russische zone. Berlijn wordt hierdoor ook in dezelfde vier zones verdeeld. Rusland zich ook terug uit Oostenrijk, op voorwaarde dat het land neutraal blijft.

 

Duitsland hebben de Russen een deel met weinig geld en industrie gekregen en de VS het rijkere gedeelte met het Ruhrgebied. De Engelsen, Fransen en Amerikanen verenigen hun delen uiteindelijk tot één deel. Rusland grijpt dan macht in het Oostblok. In 1948, blokkeren de Russen Berlijn, omdat Rusland boos is dat er ook nog eens een Duitse mark  komt. Een blokkade die een directe gewapende confrontatie tussen Amerikanen en het sovjet Leger gevaarlijk dichtbij brengt. De Russen grijpen in 1948 ook in Praag de macht. Gevolg is dat de Amerikaanse hulp in plaats van in 1949 in 1948 komt. Europa moet snel weer op poten gezet. Het politieke motief van de Verenigde Staten voor de financiële hulp is dat de VS willen voorkomen dat Europa verder communistisch wordt.  De president van de VS, Harry Truman, kwam in die tijd met de containmentpolitiek. Het doel is het aantal communistische landen beperkt houden tot de bestaande en uitbreiding, desnoods met militair ingrijpen voorkomen.

Reeds in Maart 1948 hebben  de ministers van Buitenlandse Zaken van België, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en het Verenigd Koninkrijk besloten nauwer te gaan samenwerken op economisch, sociaal, cultureel en veiligheidsgebied. De reden hiervoor is om gezamenlijk het hoofd te kunnen bieden aan de enorme problemen waarvoor de landen zich gesteld zien als gevolg van de verwoestingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, de haperende economische groei en de dreiging van de militaire macht van de Sovjet-Unie. De blokkade van Berlijn en de Amerikaanse financiële steun brengen bovengenoemde landen nog dichter bij elkaar. Al in dat zelfde jaar wordt in Brussel het Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Samenwerking en Collectieve Defensie getekend. Dit verdrag was later aanleiding van het ontstaan van de West-Europese Unie,WEU. Onderhandelingen met de Verenigde Staten en Canada over een uitgebreider systeem van collectieve verdediging, waartoe tevens Denemarken, Italië, Noorwegen, Portugal en IJsland werden uitgenodigd, resulteerden in 1949 in de oprichting van de

Noord-Atlantische Verdrags Organisatie (NAVO).

 

In 1952 traden ook Griekenland en Turkije toe tot het bondgenootschap. De toetreding van de Bondsrepubliek Duitsland in 1955 vormde de directe aanleiding tot oprichting van het Warschaupact, een samenwerkingsverband tussen de Sovjet-Unie en de Oost-Europese landen die binnen de invloedssfeer van de Sovjet-Unie lagen. Vanaf dat moment tot aan de val van de muur in 1989 en de implosie van de Sovjet-Unie zouden de NAVO en het Warschaupact in een 'Koude Oorlog' tegenover elkaar staan. In 1982 werd ook Spanje lid van de NAVO.

 

De Navo (engels NATO, The North Atlantic Treaty Organisation; Franse term: OTAN, Organisation du Traité de l'Atlantique Nord) bestaat uit twee poten.

De politieke taak en de militaire tak.  Het politieke hoofdkwartier van de NAVO bevindt zich in Brussel, waar ook de NAR is gevestigd. De NAR is de Noord-Atlantische Raad. Deze bestaat uit de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten. Deze raad neemt bij unanimiteit besluiten.Voorzitter is de Secretaris-Generaal. Deze hoogste burgerfunctie wordt naar traditie steeds vervuld door een Europeaan. De NAR wordt bijgestaan door het Military Committee, waarin alle lidstaten met een legervertegenwoordiger in zijn vertegenwoordigd. Militaire tak; Het Supreme Headquarters Alied Powers Europe (SHAPE) is het militaire commandocentrum. Het is gevestigd in het Casteau ten noorden van het Belgische Bergen-Henegouwen. SACEUR, Supreme Allied Commander Europe  is de hoogste militaire commandant van de Navo. Dit is tot op dit moment een americaan. De commandant is uiteraard ook surpreme commander van de troepen buiten Europa. De titel heeft een historische oorsprong en refereert naar de basis in Europa.

 

De Europese Navo-staten hebben sinds 1986 eigen autonoom overleg orgaan Eurogroup, waarin zij proberen via overleg  tot gemeenschappelijk standpunten te komen. Frankrijk maakte tussen 1966 en 1996 geen deel uit van de militaire organen van de NAVO, vanaf 1996 tot op heden maken zij een voorbehoud met betrekking tot militair optreden.  Frankrijk verzette zich reeds sinds de jaren zestig duidelijk tegen een te grote invloed van de VS, ook binnen andere organisaties. Bovendien was zij zelf ook een kernmogendheid geworden.

Met name het bestaan van een organisatie als de Navo, is de ogen van groepen omstreden geweest. Men zag in haar juist een organisatie die zich ten doel stelde andere blokken van landen militair te imponeren en te domineren, en juist aanzette tot meer bewapening in de wereld.De ‘grote vijand’.het Warchaupact was ontstaan als reaktie op de Nato. Eigenlijk heeft de Navo in de periode van de Russische dreiging, ook nooit, haar tanden te laten zien. Toch kan men achteraf, waarschijnlijk wel stellen dat de Navo, heeft bijgedragen aan de stabiliteit in Europa. Het enige grote conflict in Europa, op de Balkan (oud zeer), is van na de koude oorlog. De Navo heeft daar middels vredesoperaties en bemiddeling mogelijk toch een rol kunnen spelen in het nog verder uit de hand lopen van de oorloghandelingen

Sinds het einde van de Koude Oorlog is het militaire belang van de NAVO afgenomen.Het einde van de Koude Oorlog ging gepaard met het ontstaan van nieuwe internationale verhoudingen. De dreiging van de zijde van de Sovjet-Unie bestond niet langer en de NAVO moest zich aan passen aan de veranderde internationale omstandigheden.

Veranderingen waren noodzakelijk op drie gebieden:

1.      het denken over veiligheid en de inzet van de NAVO;

2.      de militaire capaciteiten waarover de NAVO-lidstaten dienden te beschikken;

3.      de relaties van het bondgenootschap met andere organisaties en landen.

Met betrekking tot het denken over veiligheid en de inzet van NAVO kwam de NAVO tot de conclusie dat moderne dreigingen, zoals falende staten, terrorisme en de proliferatie van massavernietigingswapens, een globaal karakter hebben en de NAVO om die reden in staat moet zijn wereldwijd te kunnen opereren waar en wanneer deze dreigingen zich voordoen. Daarvoor zullen de leden van het bondgenootschap moeten beschikken over moderne, flexibele en snel inzetbare militaire eenheden, die ook ver van huis en onder verschillende en vaak moeilijke omstandigheden moeten kunnen opereren.

Ter bevordering van de stabiliteit in het Euro-Atlantische gebied en om in de toekomst gezamenlijke operaties met niet-NAVO lidstaten mogelijk te maken, werd samenwerking gezocht met andere internationale organisaties als de EU, OVSE en VN. Daarnaast werd een speciale relatie aangegaan met strategisch belangrijke landen als Rusland en Oekraïne.

Ook richtte de NAVO partnerschapsverbanden op met Oost-Europese landen, de Kaukasus en Centraal-Azië (Partnership for Peace/Euro-Atlantic Partnerschip Council), de Middellandse Zee landen (Meditteranean Dialogue) en recentelijk de Golfstaten in het brede Midden-Oosten (Istanbul Cooperation Initiative). Tenslotte werd ook steeds meer samengewerkt met landen buiten het Euro-Atlantische gebied die van strategisch belang zijn voor het bondgenootschap zoals bijvoorbeeld Japan, China, Korea, Nieuw-Zeeland en Australië.

De veranderingen uitten zich ook in de uitbreiding van de NAVO met voormalige Warschaupactlanden. Op de NAVO-Top te Madrid in juli 1997 werden Hongarije, Polen en Tsjechië uitgenodigd tot het voeren van toetredingsonderhandelingen, die op 12 maart 1999 resulteerden in de toetreding van deze landen tot de NAVO. Op de NAVO-Top te Praag in november 2002 werden ook Bulgarije, Estland, Letland, Litouwen, Slovenië en Slowakije uitgenodigd toe te treden. Deze landen zijn in april 2004 lid geworden van het bondgenootschap. Sinds april 1999 heeft de NAVO het 'Membership Action Plan' (MAP) ontwikkeld, een programma waarin landen die toetreding tot de NAVO nastreven, worden geassisteerd bij de voorbereidingen daarvan. Momenteel hebben Albanië, Kroatië en Macedonië de MAP-status.Ministerie van Buitenlandse Zaken


 

 

Oorspronkelijke Navo-landen in 1949:

·         Verenigde Staten

·         Canada

·         IJsland

·         Noorwegen

·         Denemarken

·         Verenigd Koninkrijk

·         Nederland

·         België

·         Luxemburg

·         Frankrijk

·         Italië

·         Portugal

Frankrijk is sinds 1966 geen volwaardig lid meer van de NAVO

Later toegetreden landen:

§  Griekenland (1952)

§  Turkije (1952)

§  Duitsland (1955)

§  Spanje (1982)

§  Tsjechië (1999)

§  Polen (1999)

§  Hongarije (1999)


Lidmaatschap vanaf 2004:

§  Estland

§  Letland

§  Litouwen

§  Slowakije

§  Roemenië

§  Bulgarije

§  Slovenië

Kandidaatlid:

·         Kroatië

·         Macedonië

·         Albanië

 

 

WEU.

In 1948 werd door een aantal Europese landen het Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Samenwerking en Collectieve Defensie getekend. Dit verdrag  leidde later, onder andere tot de oprichting van de WEU, West-Europese Unie. Voor meer details, zie hoofdstuk EG en EU.

 

 

 

De diverse organisaties lopen met hun taken enigszins parallel. De NAVO houdt zich bezig met de veiligheid, maar de nadruk ligt hier meer op de militaire kant. De OVSE houdt zich ook bezig met veiligheid en beheersing van conflicten, maar doet dit vanuit een breder perspectief. De OVSE houdt zich net als de Raad van Europa bezig met bestuurlijke militaire en culture zaken, maar de Raad van Europa doet dit veel meer vanuit een juridische basis. De OVSE is de organisatie waarin de meeste staten momenteel zijn vertegenwoordigd.

 

 

 

 

image6 Disclaimer.
Al deze pagina's geven slechts algemene informatie. Alle juridische vragen verschillen elk opnieuw van geval tot geval. Voor uw eigen specifieke  juridische vraag en probleem, dient u deze steeds aan een rechtskundige voor te leggen. Aan al deze webpagina's zijn geen direct toepasbare adviezen te verbinden, zij geven een indruk van het recht.

Laatste update 12 juni 2008