Advies en Rechtshulp Pagina…………………………….Meester Willem  Personenrecht

Personenrecht
    

Rechtspersonenrecht    ø


Rechtspersonen zijn door het recht ingestelde structuren, die als rechtssubject aan het rechtsverkeer kunnen deelnemen. Zij kunnen vermogensrechtelijke rechten en verplichtingen hebben en overeenkomsten sluiten, maar niet, als de wet niet anders bepaalt, rechten en verplichtingen hebben op het gebied van het personen en familierecht. Zo kan een rechtspersoon bijvoorbeeld niet trouwen. De  rechtspersoon als juridisch subject is daarom van belang, omdat men bepaalde activiteiten juridisch kan scheiden, van de zaken die men als privé persoon verricht. De rechtspersoon heeft een eigen vermogen en ook is men privé , in beginsel, niet aansprakelijk voor de activiteiten binnen de rechtspersoon. Naar buiten toe geeft deze vorm, soms ook meer houvast. De overheid als rechtssubject is tastbaarder dan, alle losse wisselende ambtenaren en ambtsdragers.

 

De wet bepaalt, of een subject een rechtspersoon is. Wij kennen gesloten systeem van rechtspersonen. Men kan niet zelf een rechtspersoon bedenken. De wet geeft de regels die voor de rechtspersonen gelden. De wet heeft ieder subject apart ingesteld en voor elk subject eigen regels vastgesteld. Geheel boek 2 van het burgerlijk wetboek is gevuld met de rechtspersonen. Het boek is als volgt opgebouwd:

Titel 1 Algemene bepalingen
Titel 2 Verenigingen
Titel 3  Coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen
Titel 4
Naamloze vennootschappen
Titel 5  Besloten vennootschappen
Titel 6
 Stichtingen
Titel 7 Fusie en splitsing
Titel 8 geschillenregeling en recht van enquête
Titel 9 De jaarrekening en het jaarverslag

In de dagelijkse praktijk hebben wij veel met rechtspersonen te maken. Vrijwel ieder (wat groter) bedrijf is een rechtspersoon. Veel kleine winkels of bedrijfjes, niet. De bakker op de hoek is mogelijk een eenmanszaak of de loodgieter is mogelijk een V.O.F. Dit zijn geen rechtspersonen. Zij worden verderop kort behandeld.


De algemene bepalingen
begrippen uitgelegd die in Boek 2 Burgerlijk Wetboek worden Deze gelden voor alle rechtspersonen, bovendien wordt hier bepaald, dat sommige publiekrechtelijke rechtspersonen, rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht geld. Dit zijn bijvoorbeeld; de staat, de provincie en de gemeente. Wij gaan hier niet verder op in. Ook wordt hier bepaald, dat voor kerkgenootschappen weer eigen regels gelden. Een aantal belangrijke bepalingen zijn, artikel 7 de doeloverschrijding, artikel 9 de interne aansprakelijkheid van bestuurders , artikel 10 de algemene boekhoudplicht en verder regels omtrent interne besluitvorming van organen van de rechtspersoon en vernietiging/nietigheid van besluiten van de rechtspersoon en ontbinding en liquidatie van de rechtspersoon. Ook worden gebruikt.


De vereniging
De wet geeft geen definitie van de vereniging. Men spreekt van een vereniging, indien twee of meer personen de rechtspersoon tot stand brengen. Men moet daarbij volgens vaste regels samenwerken om een bepaald doel te bereiken. De vereniging mag niet ten doel hebben, het maken van winst en dit onder haar leden te verdelen. doorgaans wordt deze rechtsvorm niet gebruikt voor ondernemingsactiviteit. Men ziet de vereniging voor al bij de sportclub, schaakclub, buurthuis, de vereniging van eigenaren van appartement in een gebouw. De laatste vereniging wordt overigens van rechtswege opgericht, als er een appartementengebouw, met individuele eigenaren/bewoners wordt gebouwd.
De wet de vereniging maakt een verschil tussen de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid en de vereniging zonder volledige rechtsbevoegdheid. De laatste noemt men de informele vereniging of met beperkte bevoegdheid.

De vereniging met volledige bevoegdheid
Een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid heeft statuten en is opgericht d.m.v. een notariële akte. Zij is geheel zelfstandig drager van rechten en verplichtingen. Een wijziging van de statuten, loopt ook via de notaris. In de statuten vindt men onder andere het doel van de vereniging en de vestigingsplaats, regels over het stemrecht, het bestuur en eventueel hoe een batig saldo moet gebeuren of de ontbinding.
deze verenigingen staan ook ingeschreven in het verenigingen register, dat wordt bij gehouden door de kamer van koophandel.

De informele vereniging

De vereniging zonder volledige rechtsbevoegdheid is niet geheel zelfstandig en kan vormvrij ontstaan. kunnen zijn. Het grote verschil tussen deze twee soorten verenigingen, zit in het feit, dat een informele vereniging geen erfgenaam kan zijn en de bestuurders hiervan hoofdelijk verantwoordelijk zijn voor sommige rechtshandelingen die zij verrichten.
Deze vereniging neemt ook gewoon zelfstandig deel aan het rechtsverkeer. Ook deze vereniging kan overeenkomsten aangaan, maar er zijn beperkingen. Zij mag geen onroerende zaken kopen, en  kan dus geen erfgenaam zijn. Wel kan zij legaten, dat zijn delen van een nalatenschap (som geld, kunstwerken) aanvaarden.


Inrichting en samenstelling
Doorgaans bestaat een vereniging uit een bestuur en een ledenvergadering. Het bestuur bestuurt de vereniging en draagt zorg voor het dagelijks bestuur. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging naar de buiten wereld. De vereniging kent ook een voorzitter, of een voorzitter van de algehele ledenvergadering. Mogelijk zijn de bevoegdheden van individuele bestuursleden vastgelegd en heeft de vereniging een vaste regeling van de tekenbevoegdheid voor de betaling van grote geldbedragen aan derden.
de wet heeft niet alles vastgelegd en bied verenigingen veel ruimte. Een VVE, een vereniging van (appartement) eigenaren kent een eigen regeling in de wet en is gebonden aan een modelreglement.




De coöperatieve vereniging

De coöperatieve vereniging is eigenlijk een bijzondere vorm van de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, echter haar doel mag wel gericht zijn op het tot stand brengen van geldelijk voordeel. Deze rechtsvorm is daar ook voor bedoeld. De vereniging sluit daartoe zelfs overeenkomsten af met haar leden. De bekende voorbeelden daarvan zijn sommige zuivelfabrikanten, waaraan boeren hun melk verkopen en waar de leden (de boeren), weer voor een deel, zelf meedelen in de  gemaakte winst.

De coöperatieve vereniging wordt opgericht bij notariële akte, waarin ook de statuten zijn opgenomen. Deze statuten mogen een bepaling bevatten dat de coöperatieve vereniging ook overeenkomsten met niet leden kan afsluiten. De overeenkomsten met de  leden mogen echter niet van ondergeschikt belang worden.

 

De coöperatie wordt in geschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (en Fabrieken). Deze inschrijving in het handelsregister is hier, omdat een coöperatieve vereniging ook altijd een bedrijf (onderneming) uitoefent. Bij de inschrijving,  worden ook de personalia van degenen die de coöperatieve vereniging vertegenwoordigen ingeschreven en worden de aanwezige statuten gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Zolang deze inschrijving niet is voltooid zijn de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk.

Uit de naam van de  rechtspersoon blijkt, dat men te maken heeft met een coöperatie. Dit blijkt uit eenvoudig door de naam ‘Coöperatieve’ toe te aan de “bedrijfsnaam”. 

Daarnaast moet uit de naamstelling ook de aansprakelijkheid van de leden blijken. Dit is van belang voor de aansprakelijkheid van de leden voor de restantschuld bij het einde van de vereniging. Hiertoe rekent men ook die leden, die in het voorgaande jaar hebben opgezegd. Op deze manier wordt voorkomen dat leden aan het eind van het jaar opzeggen om aansprakelijkheid te voorkomen. Er zijn een aantal vormen van aansprakelijkheid.

 

 

De WA, Wettelijke Aansprakelijkheid. De leden zijn voor gelijke delen aansprakelijk voor het gehele tekort. Indien één of meerdere leden niet kunnen betalen, wordt hun deel van de schuld over de andere leden omgeslagen.

De BA, Beperkte Aansprakelijkheid. De leden zijn tot een bepaald -in de statuten vermeld- bedrag aansprakelijk

De UA, De leden zijn slechts aansprakelijk tot het bedrag van hun contributie en hoeven niet mee te betalen



In die gevallen waar de leden van de coöperatie naast de coöperatieve vereniging aansprakelijk zijn, dat wil zeggen. bij de vereniging wettelijk (WA) of beperkt aansprakelijk (BA) zijn, moet het mogelijk zijn voor derden, om namen en adressen van die leden te kunnen achterhalen. Daarom is het bestuur van een coöperatieve vereniging, hier verplicht een ledenlijst van coöperatie te deponeren bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Wijzigingen in de ledenlijst moeten ieder jaar, binnen een maand na het sluiten van het boekjaar, worden doorgegeven.

Bij de coöperatieve vereniging is een raad van toezicht verplicht, dit mag ook een raad van commissarissen zijn. Bij een gewone vereniging is dit niet verplicht. De ontbinding van de coöperatieve vereniging gaat, of beëindiging van het lidmaatschap gebeurt op dezelfde wijze als een gewone vereniging.

Hieronder vindt u een voorbeeld van een coöperatieve vereniging, die begonnen is als een vereniging van acht boeren, en nu een bedrijf is dat over de gehele wereld actief is.

 

                    http://frieslandfoods.amercom.nl/SiteCollectionImages/schema-structuur.gif 

bron www.frieslandfoods.com/nl/frieslandfoods//profielstructuur

 

Onderlinge waarborgmaatschappij

 

Onderlinge waarborgmaatschappij (afgekort OWN) is vereniging, die tot doel heeft het afsluiten van verzekeringsovereenkomsten met haar leden in het bedrijf, dat zijzelf uitoefent. Zij is een coöperatieve verzekeraar. Zij moet per notariële akte worden opgericht.  De organisatorische opzet van een onderlinge waarborgmaatschappij is bijna hetzelfde als een gewone vereniging. Een belangrijk verschil is dat de onderlinge waarborgmaatschappij wel winst onder haar leden mag verdelen. De idee van de onderlinge waarborgmaatschappij is echter niet zozeer het maken van winst, als wel een zo gunstig mogelijke risicospreiding voor haar leden. Net zoals bij een coöperatie, zijn de leden en oud-leden van een onderlinge waarborgmaatschappij, verplicht om bij ontbinding bij te dragen in een eventueel tekort. Deze verplichting kan ook statutair worden uitgesloten of beperkt tot een maximum. Een ledenraad controleert het bestuur en er zijn geen aandeelhouders.

Veel onderlinge Waarborgmaatschappijen/verzekeraars waren voorheen alleen lokaal actief en bekend, maar een aantal heeft inmiddels een grote bekendheid zoals Unive en Agis en Menzis.


Een zeer bekend concern in Nederland, dat als onderlinge waarborg maatschappij is begonnen, en voor een deel deze structuur nog kent, is de Rabobank. Deze bank is begonnen als de boerenleenbank en de Raiffeisenbank. Deze banken ondersteunden arme boeren. De Rabobank is een fusie van beide banken en kent nog voor een deel de originele opzet als “onderlinge”.

 

 

 

Naamloze vennootschappen

De NV, de naamloze vennootschap, was aanvankelijk,zoals de naam reeds zegt, bedoelt als een rechtspersoon zonder naam. In de vennootschap doen vele vennoten mee, waarbij deze feitelijk buiten beeld behoren te blijven. Echter in de praktijk komen toch N.V.’s voor waarin de naam van de oprichter(s) genoemd wordt, zoals Phillips NV, of Albert Hein NV, of Vroom en Dreesman NV. De NV is dus bedoelt voor meerdere vennoten (die elkaar dus niet hoeven te kennen) en waar de vennootschap in aandelen is verdeeld. De vennoten of aandeelhouders operen anoniem. De N.V. vorm wordt beschouwd als de meest geschikte vennootschap voor grootschalig aandeelhouderschap, waarbij de vennoten elkaar niet hoeven te kennen. Als de aandelen aan toonder zijn, dan kan het voorkomen, dat zelfs de vennootschap, aandeelhouders niet kent. De NV kent een beperkte aansprakelijkheid. Het uitgangspunt is dat aandelen (een groot deel) vrij overdraagbaar zijn.

Met het aandeel verwerft  men een stukje van een bedrijf, men verkrijgt daarmee ook een recht op zeggenschap, dividend en men krijgt eventueel te maken met koersstijgingen en koersdalingen van de waarde van het aandeel in het bedrijf. Vaak zit aan het aandeel dus stemrecht tijdens de aandeelhouders vergadering. Naast de aandelen aan toonder, kent o.a. ook nog, het preferente aandeel.  Deze geven vóór alle overige aandelen recht op een vast dividend. Het dividend is een vast percentage van de nominale waarde. Bij ontbinding van het bedrijf worden ze ook vóór de andere terugbetaald. Dit geldt voor de financieringsprefs. Een ander type, de beschermingsprefs, geeft geen vast recht op dividend, maar is bedoeld als wapen in de strijd tegen ongewenste overnames door een ander bedrijf.

Verder is er ook nog het aandeel met of zonder stemrecht: met stemrecht verlenen zij de aandeelhouder recht om deel te nemen aan de algemene vergadering aan de stemming en aan het bestuur. Zonder stemrecht geven zij alleen recht op een dividend, dat niet mag verschillen van het dividend van de stemgerechtigde aandelen. Het Nederlandse recht kent geen aandelen zonder stemrecht en ook meervoudig stemrecht is slechts beperkt toegestaan. Bedoelt men het financiële recht van het zeggenschapsrecht af te scheiden, dan zal men zijn toevlucht moeten nemen tot zgn. certificering van aandelen. Hierbij wordt een stichting, meestal genoemd Stichting Administratiekantoor (Ak) tot enige aandeelhouder gemaakt, waarna het Ak de certificaten uitgeeft. Op deze manier kan men toch een aandeel zonder stemrecht creëren. De naamloze vennootschap wordt opgericht bij notariële akte en voor de oprichting is een verklaring van geen bezwaar van het Ministerie van Justitie vereist. De statuten dienen de naam, de zetel en het doel van de vennootschap. In de naam de letters N.V. dragen, zodat de aard van de rechtspersoon naar buiten toe duidelijk is. Soms bevatten de statuten van de NV een zogenaamde blokkeringsregeling, die de overdraagbaarheid van de aandelen beperkt. Zo’n regeling mag de overdracht niet volledig onmogelijk maken. Een dergelijke regeling is niet verplicht bij de naamloze vennootschap, echter wel bij de besloten vennootschap. Het is een van de belangrijkste verschillen tussen de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap. Een dergelijke regeling komt vooral voor bij de familie NV.

De besloten vennootschap

De BV, de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, heeft een regeling die parallel loopt aan de regeling van de NV. De BV is ontstaan door de E.G. gemeenschapsregelingen. De Nederlandse wetgever heeft, de BV toen gekoppeld aan de bestaande regels van de NV. De BV kent alleen aandelen op naam er is een verplichte blokkeringsregeling. Bij de oprichting is een minimum aandelenkapitaal benodigd van € 18.000. De BV zelf wordt als ondernemer gezien, de directeur is in dienst en handelt uit naam van de vennootschap. Een BV kan zelfstandig of samen met anderen worden opgericht.  Bij kleine BV's is de directeur vaak de enige aandeelhouder. Veel BV’s ontstaan uit kleinere bedrijfjes, de eenmanszaak of eventueel een VOF. Het ingebrachte kapitaal bestaat vaak uit het inbrengen van het oorspronkelijke bedrijf. De belangrijkste reden om voor een besloten vennootschap te kiezen, is het beperken van de persoonlijke aansprakelijkheid van de ondernemer. Een BV is een rechtspersoon. Dat betekent dat de vennootschap zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen en dus rechtshandelingen mag verrichten zoals kopen en verkopen, huren en verhuren, of personeel in dienst nemen. Elke BV kan door dergelijke handelingen winst of verlies maken. Heeft een BV schulden, dan kunnen de schuldeisers in principe alleen aanspraak maken op het vermogen van de BV en niet op dat van haar directeuren of aandeelhouders - tenzij er sprake is van misbruik of overtreding van bepaalde wettelijke regels.

 

De stichting

Stichtingen worden doorgaans voor allerlei goede doelen opgericht. Sinds het begin van deze eeuw heeft het gebruik van de stichtingsvorm buiten het gebied van charitatieve doeleinden een enorme vlucht genomen. Met name op het gebied van het maatschappelijk welzijn treft men thans ook soms grote stichtingen aan. Soms worden stichtingen ook gebruikt om via een omweg ondernemers activiteiten te ontplooien. Feitelijk is dit in strijd met de wet, want het is niet de bedoeling dat de stichting uitkeringen doet aan oprichters of bestuurders. Hieronder vallen echter geen uitkeringen met betrekking tot pensioen en de arbeidsovereenkomst. De stichting kent dus uitkeringsverbod en heeft geen leden, alleen maar donateurs. Zij mag wel vrijwilligers hebben. Het vermogen dat er in gaat moet besteed worden aan het doel van de stichting, ook bij de opheffing.

 

Fusie en splitsing.

Hier wordt bedoelt, het Samenvoegen en splitsen van rechtspersonen.  Op grond van deze wettelijke regelingen is het mogelijk om rechtspersonen met elkaar te laten samen gaan of op te delen.  De behandeling van deze regelingen alhier,  is te specialistisch en past niet in het algemene karakter van dit onderwerp.

 

 

De geschillenregeling en recht op enquête

Ook dit onderwerp is te technisch en te vergaand om hier uitgebreid te beschrijven. De geschillenregeling is geschreven voor de BV, maar ook van toepassing op de NV. Het recht van enquête kan dienen om een onderzoek in te stellen naar het beleid en gang van zaken van een rechtspersoon.  Men richt  een verzoek hiertoe  aan de Ondernemingskamer van het Gerechtshof .

 

De jaarrekening en het jaarverslag

Het onderwerp spreekt voor zich. Het recht geeft hier regels voor de financiële rapportage van de rechtspersonen, maar ook van de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschappen. Het is ook hier niet opportuun de regeling uitvoerig door te nemen. Men neme contact op met een boekhouder of accountant. Overigens kent de wet nog een aantal aparte bepalingen over de jaarrekening voor banken en voor verzekeringen.

 

 

 

 

Hierboven werden de rechtspersonen behandeld. Een van de essenties van deze rechtsvorm is, dat de natuurlijke personen, die de rechtsvorm drijven, niet of slechts gedeeltelijk aansprakelijk zijn voor de verrichtingen en vermogensverliezen. Veel al is de bedoeling van deze natuurlijke personen, om persoonlijke wettelijke en financiële verplichtingen t.a.v. anderen te minimaliseren. Bij de eenmanszaak en de vennootschap onder firma blijven de vennoten echter wel aansprakelijk voor hun onderneming. Voor de volledigheid volgt hier ook een overzicht van deze rechtsvormen, al zij behoren dus niet thuis in het rechtspersonen recht.

 

De eenmanszaak  

Bij een eenmanszaak, is een persoon verantwoordelijk is voor de onderneming. De eenmanszaak is geen rechtspersoon Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen  het  vermogen van de onderneming en  het privévermogen. Ten aanzien van de belasting is er mogelijk wel een onderscheid. Er is een eigenaar, maar er kan wel personeel in dienst zijn. De vraag of de eigenaar van de eenmanszaak ook als een ondernemer t.a.v. van de inkomstenbelasting gezien wordt, is afhankelijk van de volgende factoren.
Hoe staat het met het ondernemers risico

Het klantenbestand

Openbaart de onderneming zich als zodanig, Maakt zij reclame in de media of via een eigen web-site

Doet de onderneming aan investeringen

De schulden van de ondernemer, zijn persoonlijke schulden,dus ook privé. Indien men in gemeenschap van goederen getrouwd is, is ook de echtgenoot met haar of zijn vermogen aansprakelijk.

 

 

 

Vennootschap onder firma,. VOF

Bij een VOF werken twee of meer personen samen in het drijven van een onderneming. Men kan een firmanaam dragen, maar ook de naam van de vennoten, bijvoorbeeld; De koning en de Boer, of Janssen en zoon. Beide vennoten zijn aansprakelijk voor bestuur en financiën. Er is ook hier dus ingeperkte aansprakelijkheid. De grondslag voor een v.o.f. is een zgn. vennootschapscontract.  De laatste jaren, komt het veel voor, dat twee echtgenoten die samen een onderneming drijven, met elkaar een vennootschap onder firma aangaan. Wij spreken dan van een man-vrouw-firma. Voordeel daarvan is dat beiden (als ze tenminste minimaal 1225 uur per jaar in de vennootschap werkzaam zijn) als zelfstandig ondernemer worden gezien en dus beiden recht hebben op de fiscale ondernemersfaciliteiten, zoals zelfstandigenaftrek, investeringsaftrek, etc.

 

 

      

De commanditaire vennootschap

De commanditaire vennootschap (CV) is een bijzondere vorm van de VOF. Er zijn bij de commanditaire vennootschap  daar in tegen twee soorten vennoten: beherende en stille (commanditaire) vennoten. De stille vennoten zijn alleen financieel betrokken. Maar zij mogen niet namens de commanditaire vennootschap naar buiten treden.
vaak is dit ook de opzet. De investeerder in de CV wenst dan uit de schijnwerpers te blijven.
Het opstellen van een vennootschapscontract is niet verplicht, maar is doorgaans aan te raden zodat, de afspraken tussen de vennoten schriftelijk vastliggen. Hierbij worden ook de zaken geregeld, zoals de winstverdeling tussen beherende en stille vennoten. Een accountant of juridisch adviseur kan helpen bij het opstellen van de akte. Het is verstandig om de akte vast te leggen bij de notaris. Inschrijving in het handelsregister is verplicht. Bij de inschrijving worden persoonlijke gegevens van de beherende vennoten opgenomen zoals als naam, adres, woonplaats. Van de stille vennoten worden niet de namen vermeld, maar wel het aantal en het bedrag van hun inbreng.
Beherende vennoten zijn met hun gehele privé- vermogen aansprakelijk als de vennootschap de verplichtingen niet nakomt. Als de CV failliet gaat, dan gaat de beherend vennoot ook failliet. Stille vennoten kunnen slechts het bedrag kwijtraken, dat zij hebben ingebracht. Zodra een stille vennoot namens de CV naar buiten optreedt, wordt hij gezien als beherend vennoot en is hij aansprakelijk met zijn privévermogen.

 

image6 Disclaimer.
Al deze pagina's geven slechts algemene informatie. Alle juridische vragen verschillen elk opnieuw van geval tot geval. Voor uw eigen specifieke  juridische vraag en probleem, dient u deze steeds aan een rechtskundige voor te leggen. Aan al deze webpagina's zijn geen direct toepasbare adviezen te verbinden, zij geven een indruk van het recht.

Laatste update 18 juni 2008