Image6  Advies en Rechtshulp Pagina … …………………………. Meester Willem  Bestuursrecht

 

Bestuursrecht

 

Bevoegdheid

 

Een bestuursorgaan moet bevoegd zijn om een besluit te nemen of een bepaalde handeling rechtmatig te kunnen verrichten. De bevoegdheid om bestuursrechtelijk of staatsrechtelijk op te treden ontleent zij aan de wet.

 

Een bestuursorgaan krijgt  bevoegdheid door middel van “attributie”. De wet kent de bevoegdheid direct toe aan het orgaan. De schept hier een nieuwe niet bestaande bevoegdheid. Andere wijzen van toe kennen van bevoegdheid zijn delegatie en mandaat.

Bij delegatie draagt een orgaan haar eigen bevoegdheid over aan een ander orgaan. Ook dit orgaan kan de bevoegdheid delegeren, men noemt dit sub-delegatie. Daarnaast kent men de figuur van (sub) mandaat.

Het verschil tussen delegatie en mandaat is, dat bij delegatie diegene die de bevoegdheid ontvangt, deze onder haar eigen verantwoordelijkheid gaat uitoefenen.  Bij een mandaat blijft het bestuursorgaan, dat haar bevoegdheid overdraagt, ook nog steeds verantwoordelijk.

De wet bepaalt, of delegatie toegestaan is. In ieder geval, is delegatie aan ondergeschikten niet toegestaan. Indien een bestuursorgaan haar bevoegdheid eenmaal heeft overgedragen, kan zij deze niet meer zomaar uitoefenen. Bij de mandaat blijft deze bevoegdheid  in tact. Het bestuursorgaan kan de delegatie wel intrekken. Daarna is zij weer opnieuw bevoegd.

Voor mandaat is geen wettelijke grondslag nodig, de mandaatverlener blijft toch bevoegd. Men onderscheidt drie vormen van mandaat.

Ondertekeningsmandaat, er wordt alleen namens de mandaatverlener getekend.

Beslissingsmandaat, de beslissing wordt geheel overgelaten aan de gemandateerde.

Uitvoeringsmandaat, de mandaatverlener neemt zelf de principe-beslissing, maar laat de formulering en motivatie over aan de gemandateerde.

 

De manier waarop het bestuursorgaan de betreffende bevoegdheid mag gebruiken, blijkt uit de diverse wetten, die op de bestuursbevoegdheid van toepassing zijn. De vrije speelruimte, discretionaire bevoegdheid, wordt onderscheiden in beoordelingsruimte en beleidsvrijheid. Men herkent deze in de wet, aan de termen “naar oordeel van” , “achten”, of “vinden”. Bij de beoordelingsruimte toetst de rechter integraal (volledig) of het betreffende bestuursorgaan van zijn bevoegdheid juist gebruik heeft gemaakt. De beleidsvrijheid toetst de rechter marginaal (terughoudend). Kon het bestuursorgaan in redelijkheid tot het betreffende besluit komen.

 

image6 Disclaimer.
Al deze pagina's geven slechts algemene informatie. Alle juridische vragen verschillen elk opnieuw van geval tot geval. Voor uw eigen specifieke  juridische vraag en probleem, dient u deze steeds aan een rechtskundige voor te leggen. Aan al deze webpagina's zijn geen direct toepasbare adviezen te verbinden, zij geven een indruk van het recht.

Laatste update 12 juni 2008