Image6  Advies en Rechtshulp Pagina ……………….    Meester Willem  Bestuursrecht

 

Bestuursrecht

 

De beschikking.

 

Van alle besluiten van de overheid is het doorgaans de beschikking, die het meest in ons persoonlijk doen en laten raakt. De studie toelage, het rijbewijs, de woonvergunning, de bouwvergunning, het zijn allemaal beslissingen van een overheidsorgaan die ons iets toestaan of toekennen.

 

Een beschikking is een schriftelijke overheidsbeslissing in een concreet geval, bijvoorbeeld een beslissing op de aanvraag van een vergunning. Een schriftelijke beslissing, waarin het bestuursorgaan aangeeft niets te doen, is net als een afwijzing is dus ook een beschikking. Zorg dus, dat u de beslissing op papier heeft staan. Beschikkingen hebben maar één direct belanghebbende, of een duidelijk begrensde groep direct belanghebbenden. Bijvoorbeeld: bij de afgifte van een parkeervergunning, deze richt zich specifiek op één auto.

Indien men een beschikking krijgt staan  daar zogenaamde rechtsmiddelen tegen open. Dat betekent, dat de geadresseerde binnen een wettelijk termijn tegen de beschikking bezwaar kunnen maken en eventueel later beroep kunnen aantekenen bij de ter zake competente instantie. Het orgaan van de overheid, dat de beschikking neemt, is wettelijk  verplicht de geadresseerden te informeren, dat bezwaar maken tegen de beschikking mogelijk is en waar men bezwaar  en beroep kan maken, en  binnen welke termijn.

 

Er zijn beschikkingen die een recht doen ontstaan, maar andere leggen weer plichten op. Indien aan een burger iets wordt toegekend, bijvoorbeeld een subsidie of vergunning om iets te doen verleent wordt, heeft men te maken met  een begunstigende beschikking. Maar bijvoorbeeld een reinigingsheffing of een belastingaanslag kan men zien als een belastende beschikking. Een voorbeeld van een beschikking die begunstigend of wel belastend kan zijn is  een tentamenuitslag. Een beschikking die iemand onder voorwaarden  toekent, is zowel belastend als begunstigend.

 

Of men van doen heeft met een Beschikking of een Besluit van Algemene Strekking (BAS), is niet altijd helemaal duidelijk.

In de jurisprudentie ontwikkelde zich drie criteria voor een onderscheid:

Persoonscriterium (adressaat-criterium): vaststellen welke individualiseerbare personen tot deze groep behoren.

Zaakscriterium: pas na persoonscriterium. Beschikking wordt alleen aangenomen wanneer de aard, de hoedanigheid van een nauwkeurig omschreven zaak bepalend is voor het nemen van een besluit.

Samenhangcriterium: een in beginsel te individualiseren besluit moet worden gezien als een onlosmakelijk onderdeel van een BAS.

 

Bestuursorgaan

Een publiekrechterlijk besluit wordt gegeven door een bestuursorgaan. De wet wijst aan wat de bestuursorganen zijn. Deze wijst ook organen aan, die geen bestuursorganen zijn.  Er zijn ook personen en colleges met publiek gezag.  De organen van bijvoorbeeld de gemeente, dus bestuursorganen, zijn: de burgemeester, de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. Een wethouder is dus niet zelfstandig een bestuursorgaan.

 

Belanghebbende
Om een besluit (beschikking) van een bestuursorgaan te krijgen, of er tegen in het geweer te komen dient men belanghebbende te zijn.

Het belang is;

Objectief, los van eigen gevoel of vooroordeel

Persoonlijk, tastbaar belang en onderscheid t.o.v. anderen

Eigenbelang, het moest gaan om een eigen belang, niet dat van een ander.

Actueel, een belang bij het besluit moet in het heden aanwezig zijn en niet toekomstig of onzeker.
Een belanghebbende kan een natuurlijk persoon zijn, of een bedrijf zonder rechtspersoonlijkheid, maar ook een rechtspersoon.

Rechtspersonen die volgens hun statuten een algemeen belang dienen, bezitten dit algemeen belang ingevolge de wet, dit als hun eigen en persoonlijk belang en maar moeten verder nog een concreet en direct geraakt belang hebben.

 

Een besluit (meestal wil men een beschikking), wordt voor af gegaan door een aanvraag, (art. 1:3 lid 3 AWB.): “een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen”. Deze moet schriftelijk ingediend worden (art. 4:1 AWB.). Mogelijk gebruikt men hiervoor een aanvraagformulier. De aanvraag dient voldoende gegevens te bevatten, anders kan het bestuursorgaan deze niet in behandeling nemen. Het orgaan dient de verzoeker in de gelegenheid te stellen dit verzuim te herstellen (art. 4:5 lid 1)

Het bestuursorgaan doet daarna voorbereidend onderzoek. (dit volgt uit het zorgvuldigheidsbeginsel). De aanvrager en derden met een rechtstreeks belang dienen te worden gehoord (art. 4:7 en 4:8 AWB), tenzij er sprake is van spoedeisend belang. Het bestuursorgaan dient binnen een redelijke tijd te beslissen. Zij beslist in iedere geval binnen acht weken na de datum van de aanvraag (art 4:13).

 

Doorsturen

Indien een bestuursorgaan iets ontvangt, dat niet voor haar maar een ander orgaan van de overheid bestemt is, dient zij dit door te sturen naar het juiste bestuur of beroeps-orgaan. Dit volgt uit art 2:3 AWB.

 

Openbare uniforme voorbereidingsprocedure.
Via wettelijk voorschrift of door het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan worden besloten tot een openbare uniforme voorbereidingsprocedure. (art. 3:10 lid 1 AWB.). Deze procedure dient dan steeds te worden genomen voor het nemen van een besluit.

De voorbereiding van het besluit (beschikking),  geschiedt dus in het openbaar en van het liggen voor inzage van de aanvraag of het ontwerp (art. 3:11 lid 1 AWB), wordt kennis gegeven (art. 3:12 lid 1 AWB.). hier wordt aangegeven, wie er inspraak mogen geven bij de voorbereiding tot het nemen van het besluit (art. 3:12 lid 3 sub b AWB.). Dit zijn in elk geval steeds de belanghebbenden en wel voor een periode van zes weken vanaf het moment van inzage (art. 3:16 lid 1 AWB.). Binnen een periode van zes maanden na de aanvraag beslist het bestuursorgaan (art. 3:18 lid 1 AWB) Nadat het besluit bekend is gemaakt, treedt het in werking.

 

Een besluit, dat geen beschikking is, is een besluit van algemene strekking. Ook hier kan een uniforme procedure worden gevolgd. Een afwijzing van een aanvraag, is ook een besluit ( beschikking) en ook de beslissing tot vergoeding voor een onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW) en de (schriftelijke ) beslissing genomen op basis van een mogelijk onrechtmatig besluit.

 

Vaak stelt een bestuursorgaan eigen interne regels en criteria op, die gebruikt worden voor de beoordeling en honorering of afwijzing van een aanvraag. Men noemt dit beleidsregels. Deze hebben (indien) openbaar gemaakt, geen rechtskracht. Het zijn geen algemene verbindende voorschriften. Doch, soms kan men (bezwaar/beroep/ procedure) het bestuursorgaan aanspreken op de naleving hiervan. Het bestuursorgaan dient te motiveren waarom zij van haar eigen regels afwijkt.

 

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

 

Juist, omdat een bestuursorgaan relatief veel macht en overwicht heeft op een vaak veel kleinere partij en van uit de rechtstaat idee, de overheid zorgvuldig met de belangen van alle burgers en andere partijen dient om te gaan, gelden er voor die overheid strengere criteria voor het nemen van een besluit, dan voor een gewone burger.
een besluit van de overheid kan gunstig zijn voor de burger, maar ook negatief. Daarnaast kan zo’n besluit zelfs tegen de wil van die burger of een bedrijf ingaan. Bij haar contacten met andere partijen in de samenleving dient de overheid daarom de beginselen van behoorlijk bestuur na te leven. Men vindt ze in de wet, maar een aantal zijn ook via de rechter tot stand gekomen. Een aantal zijn;

 

Gelijkheidsbeginsel. De overheid moet in gelijke gevallen op gelijke wijze handelen (zie art. 1 Grondwet).

Zorgvuldigheidsbeginsel. De overheid moet een besluit zorgvuldig voorbereiden en nemen.

Vertrouwenbeginsel. De burger moet op uitlatingen en toezeggingen van de overheid kunnen vertrouwen

Motiveringsbeginsel. De overheid dient haar besluit duidelijk te motiveren en  te onderbouwen.

Verbod op détournement de pouvoir. De overheid mag een wettelijke bevoegdheid alleen gebruiken voor dat doel waarvoor die is gegeven (misbruik van bevoegdheid)

Rechtszekerheidsbeginsel. De overheid dient de regels consequent toe te passen, burger dienen te weten waarzij aan toe zijn. Ook verbod van willekeur.

 

Handhaving van regels van een besluit.
in de Algemene wet bestuursrecht is een bevoegdheid tot handhaving van de regels voor de bestuursorganen neergelegd. Het toezicht op de naleving van het besluit en de daar in gestelde regels gebeurt door de toezichthouders. (art 5:11 AWB)

Deze dienen zich bij het uitoefenen van hun taak te legitimeren. De AWB kent bestuurlijke sancties, ook wel administratieve sancties genoemd. Alle toezicht en sancties behoeven een grondslag in de wet. Het bestuursorgaan maakt zelf uit of en wanneer zij optreedt. Men onderscheidt, reparatoire sancties en punitatieve sancties. De eerste is gericht op herstel van de oude situatie van voor de overtreding. Dit zijn de dwangsom en bestuursdwang. Punitatieve sancties dienen om een persoon of instelling te straffen voor het overtreden van de regels van het besluit. Bovendien kan het orgaan de (begunstigende) beschikking intrekken. Dit is een vrij zware sanctie, omdat iemands recht wordt afgenomen. Ook kan de beschikking  na intrekken worden aangepast.

 

De dwangsom.
het bestuursorgaan kan  een last onder dwangsom opleggen, om tot herstel van een met de wet strijdige situatie te komen of herhaling van een overtreding te voorkomen. Het opleggen van een dwangsom houdt in, dat aan de overtreder wordt bekend gemaakt dat hij de illegale situatie in overeenstemming met de wet dient te brengen of overtreding achterwege te laten en dat óf een bedrag ineens betaald moet worden voor een handeling die voor een bepaalde datum verricht dient te worden óf een bedrag per overtreding betaald dient te worden óf dat per tijdseenheid (dag, week) dat hij de overtreding begaat/in stand laat/ herhaalt, een bedrag betaald dient worden. Een voorbeeld kan zijn dat het bestuursorgaan eist, dat binnen twee weken een illegaal bouwwerk afgebroken wordt. Wordt hier aan niet voldaan, dan dient per dag na die twee weken dat het bouwwerk niet wordt afgebroken/in stand blijft een bedrag van bijvoorbeeld € 200 te worden betaald. Vaak wordt hier een maximum bepaald.

Bestuursdwang.
Onder bestuursdwang wordt verstaan het achteraf van overheidswege door middel van feitelijk handelen een met de wet strijdige situatie opheffen. Dat wil zeggen door middel van feitelijke maatregelen een illegale situatie opheffen en in overeenstemming brengen met de wet, zoals bijvoorbeeld, het afbreken van een illegaal niet te legaliseren bouwwerk. Het doel is dus, het slopen, wegnemen of sluiten, op kosten van de overtreder. Vooraf moet een wel kennisgeving aan de rechthebbende, overtreder en aanvrager worden verstuurd. Daarin staat nog een termijn waarin de belanghebbende zelf iets kan regelen, om bestuursdwang te voorkomen. Tegen het besluit tot bestuursdwang, staat weer bezwaar en beroep open, tegen het invorderen van de kosten verzet. Bestuursdwang mag niet worden toegepast als er nog een last onder dwangsom loopt. In sommige gevallen kan ook preventief, dat wil zeggen voordat een overtreding van de wet wordt geconstateerd, overgegaan worden tot toepassing van bestuursdwang. Het bestuursorgaan kan soms ook een onrechtmatige daad actie toepassen. Dit kan alleen, als de overtreding tevens een onrechtmatige daad oplevert (toerekenbaarheid, schade, handeling in strijd met wet, de goede zeden, of het maatschappelijk betamelijke!

 

Indien men het niet eens is met een beschikking van de overheid, kan men bezwaar aantekenen en / of daarna in nog beroep gaan. Met betrekking tot de overheid geldt een eigen rechtsgang.

Bezwaar en beroep.

 

image6 Disclaimer.
Al deze pagina's geven slechts algemene informatie. Alle juridische vragen verschillen elk opnieuw van geval tot geval. Voor uw eigen specifieke  juridische vraag en probleem, dient u deze steeds aan een rechtskundige voor te leggen. Aan al deze webpagina's zijn geen direct toepasbare adviezen te verbinden, zij geven een indruk van het recht