Image6  Advies en Rechtshulp Pagina … ………………. Meester Willem  Strafrecht

                                               

 

           

       Start

 

       De uitspraak

 

                           

 

Inleiding

Justitieel apparaat

                            De verdachte

De Rechter

                            De zitting

                            De uitspraak

                            De reclassering

 

 

De uitspraak

 

De rechter doet doorgaans veertien dagen na het onderzoek ter rechtszitting  uitspraak. De kantonrechter/politie rechter  doet vaak direct al uitspraak. Het vonnis van de hoge raad kan vaak langer op zich laten wachten. 

 

Nadat de rechter, de officier van justitie, de advocaat, de eventuele getuigen en de verdachte heeft aangehoord, gaat de rechter de zaak inhoudelijk beoordelen. Hij moet daarbij de volgende (materiële) vragen beantwoorden:
- Is het ten laste gelegde  bewezen? Zo niet, dan volgt vrijspraak.
- Is het delict wel bewezen, maar niet strafbaar? Dit leidt tot ontslag van alle rechtsvervolging.
- Is de verdachte wel strafbaar? Dit leidt mogelijk tot ontslag van alle rechtsvervolging wegens niet
strafbaarheid van de dader.

 

Indien de tenlastelegging is bewezen en de dader strafbaar, volgt de straftoemeting.

 

 

De strafuitsluitingsgrond

Soms oordeelt de rechter dat het strafbare feit wel is gepleegd, maar dat er geen sprake is van schuld bij de gedaagde, of dat er een rechtvaardigingsgrond was voor het begaan er van. De rechter kan dan oordelen, dat er geen reden tot een straf is. Het recht kent dus uitzonderingen op de strafrechtelijke aansprakelijkheid, te weten de strafuitsluitingsgronden. Een beroep op een strafuitsluitingsgrond is meestal lastig en zal door de rechter niet snel worden gehonoreerd, maar kan wel strafverminderend werken. Strafuitsluitingsgronden worden verdeeld in schulduitsluitingsgronden en de rechtvaardigingsgronden.

De schulduitsluitingsgronden hebben te maken met de strafbaarheid van de verdachte en de rechtvaardigingsgronden de oorzaak van het plegen op het strafbare feit.
Onderscheid is van belang voor een beroep op een ontslag van alle rechtsvervolging of een vrijspraak
.
Straf mag alleen worden toegepast indien er reden is voor verwijt. Hier voor moet er schuld aanwezig zijn.
De wettelijke schulduitsluitingsgronden zijn:
▪ontoerekenbaarheid
psychische overmacht
noodweerexces
een onbevoegd gegeven ambtelijk bevel
Ontoerekenbaarheid betekent, dat iemand door zijn geestesgesteldheid (gestoord) niet verantwoordelijk is voor zijn daden.
Bij psychische overmacht is de dader tijdelijk zijn zelfbeheersing/emoties niet de baas. Vader geeft een ander, die zijn kind aanrijdt een pak aframmeling, waardoor deze ernstig verwond raakt.
Noodweerexces, iemand wordt aangevallen en begint de ander te slaan en gaat te lang en te hard door, waardoor de ander overlijdt.
De buiten het wetboek om kennen wij daarnaast: de afwezigheid van alle schuld. Dit volgt uit het arrest ‘melk en water’. Hier verkocht de knecht van een melkboer, met water verdunde melk. De knecht wist niet van het aanlengen door zijn baas. Het strafbare feit van het verkopen van de verdunde melk was door de knecht gepleegd. De H.R. oordeelde, dat in de delictsomschrijving hiervan niet stond, dat de pleger schuld aan het delict moest hebben. Echter het college vond, dat het tegen het rechtsgevoel inging indien iemand werd veroordeeld voor een delict waaraan de pleger zelf geen schuld had. "geen straf zonder schuld".

Rechtvaardigingsgrond

Bij een rechtvaardigingsgrond beroept de pleger zich op het gegeven, dat er geen andere keus was, dan
het begaan van het delict. De wettelijke rechtvaardigingsgrondengronden zijn’
▪noodtoestand
▪wettelijk voorschrift
▪bevoegd gegeven ambtelijk bevel
▪noodweer
Bij een noodtoestand, is pleger genoodzaakt een strafbaar feit te begaan. Moeder breekt auto buren open en gebruikt deze om kind dat stikt naar een ziekenhuis te brengen.
Wettelijk voorschrift, deurwaarder zet huisraad bij uitzetting op straat om aan zijn wettelijke taak te voldoen, terwijl dit volgens de AVP niet mag.
Bij een bevoegd ambtelijk bevel, kan men denken aan het door rood licht rijden, op aanwijzing van een agent.
Noodweer; iemand probeert een ander dood te slaan. Het slachtoffer kan  de aanvaller alleen stoppen door met een steen die in de buurt lig ernstig te verwonden
.
Noodweer en noodweer exces liggen dicht bij elkaar, allereerst is bij beide nodig dat de wederrechtelijke reactie direct plaats vindt. Bij noodweerexces was er niet de opzet om zo ver te gaan, maar het loopt uit de hand.
De buitenwettelijke rechtvaardigingsgrond is: Het ontbreken van zogenaamde materiële wederrechtelijkheid. Voor een beroep op het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid moet aangetoond te worden dat door het overtreden van de wet, de doelstelling van die wet beter nageleefd wordt, dan

het zich houden aan de rechtsregel.

 

De bepaling van de straf.  (straftoemeting)

In Nederland geldt, dat men slechts een keer gestraft kan worden voor hetzelfde feit. Men noemt dit kortweg “ne bis idem”. Ook geldt hier het dader-strafrecht. De rechter kijkt hierbij niet alleen naar de persoon van de verdachte kijkt en de omstandigheden kijkt, maar ook moet bepalen of de dader strafbaar is voor het bewezen feit. De rechter mag ook geen strafbare feiten meewegen die niet door het O.M. zijn aangedragen.  De rechter neemt mee in zijn oordeel of de verdachte zich kon beroepen op overmacht of een noodsituatie (noodweer).
De rechter kan de volgende straffen opleggen;

hoofdstraffen
Er zijn verschillende hoofdstraffen.
Een celstraf
De geldboete
Een taakstraf
Een taakstraf kan worden opgelegd, als er een celstraf zou kunnen worden gegeven van maximaal zes maanden. De verdachte moet dit zelf aan de

Officier van justitie voorstellen. Taakstraffen zijn onder te verdelen in  werkstraffen en leerstraffen. Een combinatie is ook mogelijk.


Bijkomende straffen.

Deze worden naast de hoofdstraf gegeven en hebben doorgaans te maken met het gepleegde feit.
Het enkele opleggen van deze straffen is echter ook mogelijk.
Het ontzeggen van een recht,
Bijvoorbeeld de rijbevoegdheid, maar ook het kiesrecht of het uitoefenen van een beroep is mogelijk.

Verbeurdverklaring

Van een in beslaggenomen voorwerp, dat gebruikt is bij het plegen van het delict.

Openbaarmaking van het vonnis. 
Het is duidelijk, dat dit voor sommige veroordeelden een straf op zich is.  Denk aan een bekende Nederlander, die
terecht heeft gestaan voor een zedendelict, of het onder invloed doodrijden van een ander.

Maatregelen.
Een rechter kan naast een straf ook een maatregel opleggen. Het instrument maatregel kan ook opgelegd worden indien de verdachte niet schuldig wordt bevonden, maar toch een strafbaar feit heeft gepleegd.
De persoon was bijvoorbeeld ten tijde van het misdrijf verminderd- ontoerekeningsvatbaar of lijdt aan een ernstige psychische afwijking.
Maatregelen zijn;
Terbeschikkingstelling (tbs)
Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis.
Ontneming van het wederrechtelijk vergaarde voordeel
Onttrekking  van voorwerpen aan het verkeer.
Het betalen van een schade vergoeding.
De eerste twee maatregelen dienen om de maatschappij te beschermen tegen de persoon van de pleger. Bij TBS, is dit sterker aanwezig dan bij de tweede maatregel, waarbij men verwacht, dat na een behandeling van de specifieke gedragsafwijking, de pleger weer in de maatschappij kan functioneren.
De andere maatregelen, dienen meer om enig voordeel  van het plegen van het feit weg te nemen of wel hiernaast nieuw plegen van het strafbaar feit

met een voorwerp tegen te gaan.

Levenslang
De zwaarste (gevangenis)straf die in Nederland kan worden opgelegd, is ‘levenslang’. 
Levenslang betekent ook echt, gevangenisstraf voor het leven. De personen aan wie levenslang
wordt opgelegd moeten dan ook, hun verdere leven in de gevangenis doorbrengen.
Sinds 1945 hebben zo’n 35 mensen deze straf door de rechter opgelegd gekregen.

Hoger beroep

Na een uitspraak in eerste aanleg, heeft zowel de verdachte, als de officier van justitie,de mogelijkheid om hoger beroep aan te tekenen bij een hogere rechter. Dit dient, binnen veertien dagen, te gebeuren bij de griffie van de rechtbank van de uitspraak. Het appel van de kantonrechter gebeurt door de rechtbank. Appel van een uitspraak van de rechtbank gebeurt door het gerechtshof.

In het hoger beroep wordt de zaak helemaal opnieuw behandeld door het gerechtshof. Is men niet van plan in hoger beroep te gaan, dan kan men daar direct afstand van doen. De gang van zaken bij het gerechtshof verschilt eigenlijk niet zoveel van die bij de rechtbank. Bij het hof zijn echter altijd drie rechters (raadsheren). De officier van justitie heet hier anders, namelijk advocaat-generaal of procureur-generaal. De procedure tijdens de zitting is verder hetzelfde als bij de rechtbank.

Cassatie bij de hoge raad
Indien men het met de uitspraak van de rechter in hoger beroep niet eens is, bestaat de mogelijkheid om in cassatie bij de Hoge Raad te gaan. Bij overtredingen is de mogelijkheid tot cassatie beperkt. Cassatie stelt men op dezelfde manier in als hoger beroep. Er dient een verklaring ingediend te worden bij de griffie van het gerecht waar de zaak in hoger beroep werd behandeld. Dit is een rechtbank of een gerechtshof.  Deze verklaring kan zelf worden gedaan, .maar ook door een advocaat of een daartoe gemachtigde. De griffie stuurt deze verklaring door naar de Hoge Raad. Ook voor cassatie geldt doorgaans een termijn van veertien dagen. Als u die termijn is verstreken, wordt het vonnis definitief. Bij cassatie dient een advocaat namens de partij die om cassatie verzoekt een schriftelijk stuk in te leveren, waarin de redenen voor de aanvraag tot cassatie staan.
In cassatie wordt alleen bekeken of het recht goed is toegepast. De Hoge Raad kijkt niet opnieuw naar de feiten. De raad gaat uit van de feiten zoals die door de rechter in hoger beroep zijn vastgesteld. Als de rechters bij de Hoge Raad vinden dat er een onjuiste uitspraak is gedaan, kunnen zij de zaak terugverwijzen naar een rechtbank of een gerechtshof. Tegen de uitspraak die daarop volgt, kan men opnieuw in cassatie gaan. Ook kan de Hoge Raad de zaak zelf afhandelen. Als de Hoge Raad het vonnis in hoger beroep juist vindt, wordt daarmee de veroordeling definitief. Het enige wat de veroordeelde daarna nog kan doen, is een gratieverzoek indienen.
Daarnaast kan de Hoge Raad in het belang der wet beslissen op cassatie ingesteld door de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Cassatie in het belang der wet kan onder meer worden ingesteld indien partijen niet zelf tegen een uitspraak in cassatie gaan, maar de procureur-generaal de aan de orde zijnde rechtsvraag wel belangrijk genoeg acht om daarover een uitspraak van de Hoge Raad te krijgen. Veelal wordt cassatie in het belang der wet ingesteld als het gaat om actuele rechtsvragen of rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid. Een arrest van de Hoge Raad waarin een uitspraak van de lagere rechter in het belang der wet wordt gecasseerd, heeft geen rechtsgevolgen voor de partijen die bij de uitspraak waren betrokken.

Reclassering

 

laatste update 27 juni 2008

 

image6 Disclaimer.
Al deze pagina's geven slechts algemene informatie. Alle juridische vragen verschillen elk opnieuw van geval tot geval. Voor uw eigen specifieke  juridische vraag en probleem, dient u deze steeds aan een rechtskundige voor te leggen. Aan al deze webpagina's zijn geen direct toepasbare adviezen te verbinden, zij geven een indruk van het recht