Image6  Advies en Rechtshulp Pagina … ………………. Meester Willem  Strafrecht

                                                

 start

 

 De verdachte

 

 

 

Inleiding

Justitieel apparaat

                            De verdachte

De Rechter

                            De zitting

                            De uitspraak

                            De reclassering

                                                         

 

De verdachte

 

Hoe wordt men een verdachte?

Iedereen die de aanwijzingen van de politie niet opvolgt, of op wie een verdenking rust van het plegen van een strafbar feit of hierop op heterdaad wordt betrapt, wordt bestempeld als verdachte.

 

Staande houden en aanhouden.

In geval van een ‘heterdaad’ is de politie bevoegd om iemand staande de te houden dan wel aan te houden. In het kader van een speciale taak/wet is de politieambtenaar hier ook te bevoegd. Bijvoorbeeld alcoholcontrole of het controleren van kenteken voertuig. Sinds enige tijd is de politie ook bevoegd tot controle van een identiteitsbewijs/wapencontrole in daartoe door de burgemeester aangewezen gebieden.

Staande houden

Pas indien er aanwijzingen zijn dat iemand een strafbaar feit heeft begaan kan de politie (of iemand met een bevoegdheid uit de wet)  iemand staande houden en naar zijn identiteit en verblijfplaats vragen. In de praktijk betekent dit nu, dat iemand zich moet identificeren. Het hier niet kunnen identificeren, dan wel een valse identiteit opgeven, levert een strafbaar feit op. In de praktijk zal dit een ‘heterdaad’ zijn. De politie kan iemand direct aanhouden, dan wel na een korte achtervolging. De verdachte mag hierbij enige tijd uit het zicht zijn van de ambtenaar zijn. De lengte van deze periode mag niet te lang zijn; als de verdachte enige tijd later ergens wordt aangetroffen, geldt dit wellicht nog als ‘heterdaad’, de volgende dag is te laat.

 

In het geval van een lichte overtreding kan de ambtenaar direct een proces-verbaal opmaken en schikking (bon) geven of een mini-bon met oproeping voor een rechtszitting. Het weigeren van de mini-bon staat hier gelijk aan de oproeping. Indien de geverbaliseerde de bon (boete) voldoet vervalt vervolging dan wel de oproeping.

Staande houden door een burger

In geval van een ‘heterdaad’ zijn ook gewone burgers bevoegd om de betrapte persoon staande te houden en aan te houden. Doorgaans zal dit gaan om inbraken, vernielingen en geweld en dus niet om een kapot fietslampje. De burger kan de persoon beetpakken en eventueel opsluiten. U dient wel direct de politie in kennis te stellen. De burgers dienen zich hierbij ten stelligste te beperken ten aanzien van het gebruiken van geweld, dit is slechts in noodgevallen geoorloofd.

Aanhouden

De politie mag iemand, die een ernstige overtreding of misdrijf pleegt, of  weigert mee te werken aan de identificatieplicht aanhouden en meenemen voor nader verhoor. Daarnaast, buiten heterdaad, indien de persoon wordt verdacht van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan of een misdrijf waarop een gevangenisstraf staat van vier jaar of meer en een aantal met name genoemde misdrijven. In een aantal situaties zal de ambtenaar zich moeten afvragen of de komst van een (hulp) officier moet worden afgewacht. De ambtenaar zal hier steeds bevoegd moeten zijn tot de opsporing van het onderhavige feit. Een ambtenaar met (slechts) een bevoegdheid in het kader van de wet economische delicten, is buiten heterdaad, niet bevoegd tot het aanhouden van bijvoorbeeld een verdachte van een zware verkeersovertreding.

Bij het aanhouden zal men doorgaans direct worden gefouilleerd, daarna wordt men voor verhoor overgebracht naar het bureau. Men mag hier maximaal zes uur worden vastgehouden, de uren tussen 24.00 en 9.00 uur worden hier niet meegerekend.

Gedurende de aanhouding is de politie bevoegd tot onderzoek aan lichaam en kleding. Tot dit onderzoek is slechts een (hulp) officier bevoegd. In de praktijk is dit een politie-ambtenaar van een hogere rang, zodat deze functie steeds beschikbaar is.

Na de genoemde periode, kan de verdachte niet langer worden vastgehouden. De (hulp) officier dient dan in het belang van het onderzoek, de verdachte in verzekering te stellen. Deze mag uiterlijk drie dagen duren. In dit stadium hoort de verdachte in beginsel te vernemen waarvan hij wordt verdacht. Na de inverzekeringstelling, krijgt men een advocaat toegewezen of kunt u er zelf een kiezen.

Na uiterlijk drie dagen (en vijftien uur) sinds de aanhouding wordt de verdachte naar de rechter-commissaris gebracht en door hem gehoord. Deze bepaalt of de inverzekeringstelling terecht is.

De R.C. kan op last van de officier van justitie, de inverzekeringstelling nog eens drie dagen verlengen, of in vrijheid stellen, of de officier kan voorgeleiding bij hem/haar laten plaatsvinden.

Indien de officier dit noodzakelijk vindt kan deze de R.C om een bevel tot bewaring vragen.

Deze duurt maximaal veertien dagen. Indien de officier hier reden toe heeft, kan deze de rechtbank om gevangenhouding vragen. Deze mag negentig dagen duren.
Het totale voorarrest kan dus uiterlijk 110 dagen duren:

maximaal twee maal drie dagen inverzekeringstelling;

maximaal veertien dagen bewaring;

maximaal negentig dagen gevangenhouding.

Een eventuele rechtszitting moet binnen een termijn van 110 dagen aanvangen. Zit de verdachte nog vast, dan loopt het voorarrest door totdat de rechter een uitspraak in de zaak heeft gedaan. Heeft de rechter uitspraak gedaan in de zaak en wordt de verdachte veroordeeld, dan wordt deze overgebracht van het huis van bewaring naar de gevangenis.

De mogelijkheden van bijstand en inzage van het dossier door een advocaat zijn tot aan de inverzekeringstelling beperkt. Mede naar aanleiding van spraakmakende rechtszaken, gaan er stemmen op om een proef te doen met de aanwezigheid van een advocaat bij het eerste verhoor.
Per 1 juli 2008 start een experiment waarbij een advocaat aanwezig kan zijn bij het eerste verhoor. Het zal vooral gelden voor gevallen van moord en doodslag. Naar aanleiding van een aantal spraakmakende zaken, wil men ongeoorloofde druk op een verdachte bij het verhoor voorkomen. De bevoegdheden van de raadsman zullen beperkt zijn .  Hij mag geen  vragen beantwoorden voor de verdachte en geen oogcontact met de cliënt mogen leggen. Hij dient een half uur na het oproepen aanwezig te zijn en mag maximaal 30 minuten met een cliënt overleggen.

 

Het gerechtelijk voor onderzoek.  GVO (onderzoek niet op de rechtszitting)

De officier kan voorafgaand aan het verzoek tot bewaring, een vordering tot een gerechtelijk vooronderzoek (GVO) doen. Hij mag dit ook samen met het verzoek tot bewaring doen. Het opsporingsonderzoek dat door de politie is gedaan wordt dan voortgezet door de rechter-commissaris. Tijdens het gerechtelijk vooronderzoek kan de rechter-commissaris getuigen horen. Ook kan hij de politie of officier een aantal bevoegdheden geven in het kader van het onderzoek, zoals het openmaken van post, het afluisteren van telefoongesprekken en het doorzoeken van een woningen.
De rechter-commissaris kan dieper op de persoonlijke situatie van de verdachte ingaan dan de politie.  Hij zal de reclassering kunnen vragen een voorlichtingsrapport over de verdachte te maken, en eventueel kan hij een psychiater om een rapport over de psychische gesteldheid van de verdachte vragen. Het kan zijn dat de verdachte voor een psychiatrische evaluatie ter observatie moet worden opgenomen. Ook kan de verdachte de rechter-commissaris vragen of hij getuigen wil horen, die de versie van de verdachte kunnen bevestigen. Indien er geen gerechtelijk vooronderzoek wordt gedaan, kan de advocaat van de verdachte, de rechter-commissaris vragen om onderzoek in diens belang te doen. Vindt de rechter-commissaris dat het onderzoek klaar is, dan stuurt hij alle stukken naar de officier van justitie. Die zal vervolgens moeten beslissen of hij vervolging tegen de verdachte instelt.

 

Rechter-commissaris.

De rechter-commissaris is een lid van de strafkamer en wordt door de rechtbank aangesteld om de strafzaken die bij de officier worden aangebracht voor te bereiden voor een openbare zitting. De R.C. die een voorbereidend onderzoek tegen een verdachte doet, zal later, niet als lid van die rechtbank, die de verdachte zou kunnen veroordelen, meer kunnen optreden of bij de zitting aanwezig zijn.

Indien de officier na de inverzekeringstelling een verdere hechtenis wenst, zal de verdachte aan de R.C. moeten worden voorgeleid. Gronden hiervoor kunnen zijn;

 

De Rechter

laatste update 27 juni 2008

 

image6 Disclaimer.
Al deze pagina's geven slechts algemene informatie. Alle juridische vragen verschillen elk opnieuw van geval tot geval. Voor uw eigen specifieke  juridische vraag en probleem, dient u deze steeds aan een rechtskundige voor te leggen. Aan al deze webpagina's zijn geen direct toepasbare adviezen te verbinden, zij geven een indruk van het recht