Image6  Advies en Rechtshulp Pagina … ………………. Meester Willem  Strafrecht

                                                

  start

 

  De zitting

 

 

Inleiding

Justitieel apparaat

                            De verdachte

De Rechter

                            De zitting

                            De uitspraak

                            De reclassering

 

                                                            

De zitting

 

Het O.M. (de officier van justitie) is niet tot een zitting verplicht, maar bepaald zelf of dit gewenst is. Men noemt dit het opportuniteitsbeginsel.
Hij kan bijvoorbeeld de zaak als nog met een transaktie afdoen. De officier van justitie bepaald of hij een zaak voor de rechter wil brengen. Hij is hier niet toe verplicht. Hij kan af zien van rechtsvervolging/ seponeren om een aantal redenen
-hij vindt het door de politie aangedragen bewijsmateriaal onvoldoende.
-hij vindt de  zaak in relatie tot andere zaken van gering belang.
-hij vindt dat verdachte in dit geval niet geholpen wordt door een veroordeling.
Het  opportuniteitsbeginsel: speelt een rol bij de beslissing om wel of niet te seponeren 
Het algemeen belang weegt soms zwaarder dan de vervolging van een verdachte.


De verdachte wordt voor de zitting opgeroepen doormiddel van dagvaarding (oproeping) met daarin de tenlastelegging
De rechter leidt het onderzoek ter terechtzitting. Allereerst gaat hij na of wel aan alle formele eisen is voldaan (de zgn. formele vragen).
1)         Is de dagvaarding geldig?
2)         Is de zaak aan de juiste rechter voorgelegd, is de rechter ontvankelijk?
3)         Is het O.M. ontvankelijk, had de zaak wel mogen voorgelegd?
4)         Is er een reden om de zaak te schorsen?
Indien deze vragen zijn beantwoord, gaat de rechter de zaak inhoudelijk beoordelen. Hij moet daarbij de volgende (materiële) vragen beantwoorden:
- Is het ten laste gelegde  bewezen? Zo niet, dan volgt vrijspraak.
- Is het delict wel bewezen, maar niet strafbaar? Dit leidt tot ontslag van alle rechtsvervolging.
- Is de verdachte wel strafbaar? Dit leidt eventueel tot ontslag van alle rechtsvervolging wegens niet
strafbaarheid van de dader.

 

Tijdens het onderzoek ter rechtszitting kan de officier getuigen en deskundigen oproepen.
Deze kunnen verklaringen afleggen met betrekking tot de feiten of over de verdachte.
Ook de verdachte en zijn advocaat kunnen de officier van justitie vragen om oproeping van getuigen en deskundigen. Indien  zo'n verzoek tijdig is gedaan, is de officier van justitie verplicht daaraan te voldoen, tenzij duidelijk is, dat de gevraagde getuigen of deskundigen niets relevants kunnen bijdragen. Tevens kan een deskundigen onderzoek nodig zijn.
De  uitspraak  volgt direct, of bij de rechtbank meestal over veertien dagen.

De verdachte of de dader
Indien de politie of het O.M. een zgn. redelijk vermoeden heeft, dat een persoon  (rechtspersoon) een strafbaar feit heeft gepleegd noemen we deze de verdachte. Tot de veroordeling blijft deze (formeel) verdachte, daarna pas de dader. Een verdachte is nog geen dader. Onder 'dader' wordt verstaan degene die een strafbaar feit heeft gepleegd, en het strafproces dient er juist toe vast te stellen of de verdachte dat heeft gedaan. Voor wie wordt verdacht van een strafbaar feit, is het over het algemeen verstandig aan een advocaat in te schakelen. De advocaat staat verdachte(n) bij in zijn rechten. Iedereen heeft het recht zich te laten bijstaan door een advocaat. Wie zelf geen advocaat kan betalen, krijgt een advocaat toegewezen door de Raad voor de Rechtsbijstand. Hiervoor betaalt hij wel een eigen bijdrage. In strafzaken wordt er een advocaat ambtshalve toegevoegd op het moment dat iemand bij de rechter-commissaris is voorgeleid in het kader van de inbewaringstelling. Ambtshalve toevoeging betekent dat de staat een advocaat aanwijst die deze persoon bijstaat op kosten van de staat. De desbetreffende verdachte hoeft aldus geen kosten aan de advocaat te betalen. Dit geldt ook voor verdachten die bij de rechter-commissaris in vrijheid worden gesteld. Voor de overige zaken, waarbij de verdachte dus niet voor een termijn langer dan 3 tot 6 dagen in verzekering is gesteld geldt dat de verdachte zelf een advocaat dient te zoeken. Een advocaat is niet verplicht een strafzaak in eerste aanleg aan te nemen. Het is aan de verdachte of hij al dan niet een advocaat benadert om zich bij te laten staan in een strafzaak. Voor minderjarige verdachten geldt dat zij altijd een advocaat krijgen toegevoegd. Dit betekent dus dat iedere minderjarige door de staat een advocaat krijgt aangewezen die hem of haar in de strafzaak zal bijstaan. De staat is van mening dat een minderjarige rechtshulp nodig heeft. Voor volwassenen geldt dit niet. Zij dienen zelf op zoek te gaan naar een advocaat op het moment dat zij ambtshalve geen advocaat toegewezen hebben gekregen. Tot op heden is er, is tegenstelling tot andere landen, geen advocaat aanwezig bij het (eerste) verhoor. De bedoeling is dat er binnenkort een proef start, waarbij dit wel het geval zal zijn.


Slachtoffer
Het slachtoffer wordt in het strafproces slechts gezien als een benadeelde en is geen zelfstandige partij. In de laatste decennia is de positie van het slachtoffer wat verbeterd.
Er is een bureau slachtofferhulp in het leven gesteld, dat een slachtoffer met raad en daad terzijde staat, meestal na aangifte bij de politie. Slachtoffers kunnen ook een uitkering krijgen uit het schadefonds geweldsmisdrijven. Ook is er nu de mogelijkheid voor het slachtoffer zich met een civiele vordering te voegen in een strafzaak, het slachtoffer hoeft daarbij, onder voorwaarden, geen eigen advocaat mee te brengen. Tegenwoordig is de politie verplicht het slachtoffer te informeren over de voortgang en resultaat van het justitieel onderzoek en van de vervolging. Ook hebben

Het slachtoffer wordt in het strafproces slechts gezien als een benadeelde en is geen zelfstandige partij. In de laatste decennia is de positie van het slachtoffer wat verbeterd.
Er is een bureau slachtofferhulp in het leven gesteld, dat een slachtoffer met raad en daad terzijde staat, meestal na aangifte bij de politie. Slachtoffers kunnen ook een uitkering krijgen uit het schadefonds geweldsmisdrijven. Ook is er nu de mogelijkheid voor het slachtoffer zich met een civiele vordering te voegen in een strafzaak, het slachtoffer hoeft daarbij, onder voorwaarden, geen eigen advocaat mee te brengen. Tegenwoordig is de politie verplicht het slachtoffer te informeren over de voortgang en resultaat van het justitieel onderzoek en van de vervolging. Ook hebben
slachtoffers van de meer ernstige misdrijven nu het recht een verklaring af te leggen tijdens een strafzaak.

Getuigen

Een getuige is een persoon die informatie heeft over een strafbaar feit. Het kan zijn dat iemand het feit heeft zien plegen, of een persoon op de plaats van het plegen heeft gezien. Deze persoon legt hier over dan een verklaring af bij de rechter of de zitting. Een op geroepen deskundige, wordt aangeduid als getuige-deskundige. Getuigen die op verzoek van de officier van justitie worden gehoord, noemen we getuigen à charge. Zij leggen doorgaans een belastende verklaring af voor de verdachte. Getuigen die de verdediging oproept, noemen we getuigen à decharge. Zij worden veel al gehoord om  de verdachte vrij te pleiten.

Verloop van de zitting bij een strafzaak

 

De rechter noemt de naam, geboortedatum en adres en controleert of hij de juiste verdachte voor zich heeft. De rechter dient de verdachte daarna te wijzen op het feit op het recht dat deze niet tot antwoorden verplicht is en dat elk antwoord als bewijs of voordeel ten aanzien van hem kan worden gebruikt. Laat de rechter dit na, dan is zijn vonnis later nietig.

Voorlezen van de aanklacht.
De rechter verzoekt de officier de aanklacht voor te lezen. De aanklacht is gelijk aan de inhoud van de dagvaarding waarmee de verdachte ter zitting is opgeroepen, maar kan die hier eventueel nog veranderen. De officier heeft het recht tot het requisitoir,  de mogelijkheid om de tenlastelegging (schriftelijk) te wijzigen (vgl. 313 e.v. Wetboek van Strafvordering), dan wel de tenlastelegging aan te vullen (312 SV)
Daarna begint het zogenaamde onderzoek ter rechtszitting. De rechter zal de verdachte eventueel vragen stellen over de aanklacht en aan de hand van aangebracht bewijs materiaal de waarheid te vinden. Doorgaans heeft de rechter reeds voor de zitting een dossier van de O.v.J gekregen en een mening hierover.


Het dossier
In het dossier zitten alle door de politie opgemaakte stukken (proces-verbaal) en alle eventuele bewijsstukken, alle (getuigen) verklaringen,  die in de loop van het onderzoek (bij de R.C) zijn gedaan. Verder ook rapportage over de verdachte, eerdere veroordelingen, mogelijk rapport van de reclassering psychische rapportage en bevindingen van deskundigen.


Het Requisitoir en het pleidooi.
Als de rechter van mening is dat hij voldoende weet om tot uitspraak te komen, stelt hij de officier in de gelegenheid om te zeggen wat hij uiteindelijk van de zaak vindt en te vermelden of deze strafoplegging wenst. Deze eis met uitleg hiervan noemt men het requisitoir.
Indien de verdachte wordt bijgestaan door een advocaat, dan krijgt deze hier de gelegenheid om zijn of haar mening te geven. Het pleidooi.  Hierna is het woord aan de verdachte zelf.
Hierna is het woord weer aan de rechter. Deze spreekt na het wegen van alle bewijzen en een eventueel verweer het vonnis. Vaak volgt de uitspraak pas na veertien dagen, om de rechter meer tijd te geven voor zijn overweging. ” Uitspraak over veertien dagen”
Het is ook mogelijk, dat de rechter de behandeling van de zaak aanhoudt (schorsen). Dit zal gebeuren, indien hij van mening is dat nader onderzoek noodzakelijk is, of bepaalde getuigen uitsluitsel kunnen geven over bepaalde facetten van de zaak. Het is ook mogelijk dat de zaak wordt verwezen naar de meervoudige kamer

 

Verstek.

Het is mogelijk, dat de verdachte, die niet vastzit in afwachting van het proces, niet op de zitting verschijnt en zijn advocaat ook niet heeft gemachtigd, de verdediging te voeren.

De rechter kan dan de zaak bij verstek behandelen. Soms zal de rechter geen verstek verlenen, omdat, hij de aanwezigheid van de verdachte erg belangrijk vindt. De verdachte wordt dan nogmaals opgeroepen. Wil men wel reageren maar niet op de zitting verschijnen, dan kan men de rechter een brief schrijven. In deze brief geeft de verdachte dan zijn/haar mening over het geen in de dagvaarding staat. De rechter kan dit dan in zijn oordeel betrekken. Is de rechter van mening dat de verdachte absoluut op de zitting aanwezig moet zijn, dan kan hij die zo nodig laten halen door de politie. Na de behandeling ter zitting kan de verdachte bij verstek worden veroordeeld.

Verzet tegen verstekvonnis.

Indien de gedaagde bij verstek is veroordeeld, kan deze daartegen in verzet komen. Het verzet moet worden gedaan binnen vier weken na de
betekening van het vonnis. Bij verzet wordt een zaak opnieuw voor de rechter gebracht die het verstekvonnis heeft gewezen.

De Uitspraak

laatste update 27 juni 2008

 

image6 Disclaimer.
Al deze pagina's geven slechts algemene informatie. Alle juridische vragen verschillen elk opnieuw van geval tot geval. Voor uw eigen specifieke  juridische vraag en probleem, dient u deze steeds aan een rechtskundige voor te leggen. Aan al deze webpagina's zijn geen direct toepasbare adviezen te verbinden, zij geven een indruk van het recht