Image6  Advies en Rechtshulp Pagina … ………………. Meester Willem  Strafrecht

                                                

  start

 

  Justitieel apparaat

 

     

 

 

Inleiding

Justitieel apparaat

De Verdachte
De rechter

                            De zitting

                            De uitspraak

                            De reclassering

 

           

Justitieel Apparaat

                                                           

 

Politie

Het toezicht op het naleven van de rechtsregels gebeurt in de eerste plaats door de politie. De politie heeft een algemene bevoegdheid. Andere organen met opsporingsbevoegdheid, zijn de belastingdienst en de douane (feitelijk valt deze ook onder de belasting). Daarnaast zijn er ambtenaren die in het kader van speciale wetten, een eigen specifieke (beperkte) opsporingsbevoegdheid hebben.

De taak van de politie omvat twee onderdelen; de handhaving van de openbare orde. Bij het uitoefenen van deze taak valt zij onder de burgemeester en minister van binnenlandse zaken. Daarnaast is zij dus belast met de opsporing van strafbare feiten. Bij deze taak valt zij onder het O.M. en de minister van justitie. Het toezicht op deze taken ministersniveau, maar ook het gezag over de politie, door een burgemeester, in specifieke situaties is de laatste jaren het onderwerp van een politieke discussie.

Beide taken zijn in veel gevallen niet van elkaar te onderscheiden. Bij het handhaven van de openbare orde stuit de politie mogelijk op een strafbaar feit. Het standaard voorbeeld hiervan in de rechtspraak is het arrest van de Hoge Raad uit 1962; de Zeyense nachtbraker.

Een dronken man op straat maakt nog al veel lawaai. Een politieman beveelt de man naar huis te gaan.. Als deze hier geen gevolg geeft, pakt de agent de man beet om hem naar huis te begeleiden. De man verzet zich nadrukkelijk. Mag een agent in het belang van de openbare orde, iemand zijn vrijheid benemen om te gaan en staan waar hij maar wil? De HR meende dat de dronken man hier was betrapt op een strafbaar feit, het plegen van burengerucht. Op grond hiervan mocht hij worden aangehouden en naar huis worden begeleid. De hoge raad heeft in latere gevallen ook geoordeeld, dat de politie in het belang van de openbare orde een dronken iemand van de straat mag verwijderen en voor ontnuchtering in een politie cel mag worden gezet.

De politie dient zich bij het uitoefenen van zijn taak te houden aan de Politiewet. De taak van de politie kan op grond hiervan kan als volgt worden ingedeeld:

 De politie dient bij al deze taken alle bestaande wetten te eerbiedigen. Dit kan opmerkelijk genoeg betekenen, dat de politie in bepaalde gevallen minder mag dat een gewone burger.

Tot 1993 was de politie opgedeeld in rijkspolitie en gemeente. In de huidige situatie is de politie opgedeeld in 26 korpsen. Een landelijk korps, de KLPD en 25 regiokorpsen..

Een burgemeester uit deze regio (vaak de burgemeester van de grootste gemeente) is de korpsbeheerder. Hij of zij is verantwoordelijk voor het beheer van het korps. De dagelijkse leiding van een korps heeft de regionale korpschef, dit is meestal een hoofdcommissaris. Beslissingen over de hoofdlijnen van het beleid neemt het regionaal college. Hierin zitten alle burgemeesters uit de regio en de hoofdofficier van justitie. Daarnaast bestaat er per regio een driehoeksoverleg. Hierin overleggen korpsbeheerder, hoofdofficier van justitie en korpschef van de regio over ontwikkelingen, beleid en resultaten.

 

 

De rechtelijke macht

Met de beoordeling van strafbare feiten is de rechtelijke macht belast. Deze wordt verdeeld in;

 

De leden van het O.M.

Deze worden gerekend tot zgn. staande magistratuur.   Hier toe behoren.

 

De procureur-generaal.

Deze geeft een oordeel/advies over een zaak bij de Hoge Raad. Hij wordt hier bijgestaan door een advocaat-generaal. Strikt genomen is de P .G. hier niet hiërarchisch ondergeschikt aan het O.M.  Hij is namelijk ook belast met de vervolging van ambtsmisdrijven. Het hoofd van een parket wordt eveneens aangeduid met procureur generaal. Hij is hier belast met beleidsbepalende taken. De hoofden van de gezamenlijke parketten worden aangeduid met het college van procureurs-generaal.

 

De advocaat-generaal.

Deze is belast met de vertegenwoordiging van een zaak bij het gerechtshof.

 

De (hoofd) officier van justitie.

Deze brengt zaken aan bij de rechtbank en het hier onder vallend kantongerecht.

 

 

Het openbaar ministerie valt onder de minister van justitie. Deze kan het O.M. aanwijzingen geven met betrekking tot het algemene beleid. De politiek bepaalt voor een deel de prioriteiten. De minister hoort zich niet inhoudelijk te bemoeien met een strafzaak. Zeker als deze nog onder de rechter is.

 

De rechters.  De zittende magistratuur.
De rechter is onafhankelijk en een zitting is openbaar. Deze openbaarheid dient de maatschappelijke controle van de uitspraken. In uitzonderlijke gevallen kan de verdachte de rechtbank verzoeken, tot behandeling achter gesloten deuren. Dit geschiedt uitsluitend indien de verdachte buitengewoon door de openbare behandeling van de zaak wordt geschaad. Bij minderjarigen is gesloten behandeling gewoon.

Een rechter wordt benoemd voor het leven (tot het pensioen) om zijn onafhankelijkheid te waarborgen. Dit gebeurt bij koninklijk besluit na een voordracht.

Uitsluitend de Hoge Raad kan een herhalend falende rechter uit zijn functie zetten.

De rechtspraak mag slechts worden uitgeoefend door die gerechten zoals bij de wet zijn aangewezen, ook de inrichting, samenstelling en bevoegdheden van de gerechten zijn  bij wet geregeld.

De rechter moet ook officieel bij de wet zijn aangesteld. Een niet volledig beëdigde rechter is niet bevoegd, zoals bleek in november 2007, toen de rechtbank van Den Bosch uitspraak, deed in een zaak door een meervoudige kamer, waarvan later bleek dat een rechter nooit officieel was aangesteld als rechter. De uitspraak was hierdoor niet rechtsgeldig tot stand gekomen.

De rechter moet competent zijn;

De Absolute competentie geeft aan welke soort rechterlijke instantie een zaak moet behandelen.

De Relatieve competentie speelt pas als de vraag van de absolute competentie beantwoord is: relatieve competentie geeft aan welke vestiging (in welke plaats) van de categorie rechterlijke instanties de zaak moet behandelen.

De uitspraak van een kantonrechter of van rechtbank heet vonnis.

De uitspraak van een raadsheer bij het gerechtshof of de Hoge Raad noemt men een arrest.

 

De griffier.

De griffie, de griffiers bij de gerechten, worden wel de schrijvende magistratuur genoemd.

De taak van een griffier is namelijk, de volledige communicatie met betrekking tot een rechtszaak. Deze verzorgt de schriftelijke begeleiding van de zaak. De griffier maakt een verslag van de zitting (proces verbaal) en maakt onderdeel uit van de beraadslagingen in de raadkamer na een zitting.

Hij/zij schrijft samen met de rechters het vonnis of arrest.  De griffier ondersteunt ook de rechter-commissaris bij voorgeleidingen, verhoren, etc.

Een vonnis dient opgevraagd te worden bij de griffier (griffie) en advocaten en juridische vertegenwoordigers dienen hun stukken, zoals pleitnota, verzoekschriften, klachten, het hoger beroep bij de griffie in te dienen. De griffier heeft een eigen status, met de aanspreektitel van edelachtbare.

 

De Verdachte

laatste update 27 juni 2008

 

image6 Disclaimer.
Al deze pagina's geven slechts algemene informatie. Alle juridische vragen verschillen elk opnieuw van geval tot geval. Voor uw eigen specifieke  juridische vraag en probleem, dient u deze steeds aan een rechtskundige voor te leggen. Aan al deze webpagina's zijn geen direct toepasbare adviezen te verbinden, zij geven een indruk van het recht